305593 | 24.02.2017 Dec. betr. de onteigening voor het algemeen nut

Min.-President van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed,BOURGEOIS Geert *

B.S., 25.04.2017, V.187, (116), 53296-53311

Dit decreet voert één overkoepelende en eenvormige onteigeningsregeling in voor alle onteigeningen binnen het Vlaamse Gewest. De federale onteigeningswetten zijn hierdoor niet langer van toepassing binnen het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de onteigening door de federale overheid zelf of door de federale overheid gemachtigde instellingen die op federale bevoegdheden betrekking hebben. De provincies en de gemeenten beschikken nu expliciet over een algemene onteigeningsbevoegdheid.

De voornaamste punten van het decreet:

Wat betreft de instanties die bevoegd zijn om tot onteigening over te gaan:

De provincies en de gemeenten beschikken nu expliciet over een algemene onteigeningsbevoegdheid, dewelke ze voorheen impliciet hadden op grond van respectievelijk het provincie- en gemeentedecreet. (Art. 43 par. 2, 12°, GD en art. 43, par. 2, 12°, Provinciedecreet bepalen welke organen bevoegd zijn voor het nemen van daden van beschikking)

De gemeenteraad dient een machtiging te verlenen aan OCMW’s, de autonome gemeentebedrijven, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de samenwerkingsverbanden tussen OCMW’s om tot onteigening over te gaan. De provincieraad verleent dergelijke machtiging aan de autonome provinciebedrijven en de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen.

In het deel bestuurlijke fase wordt bepaald welke documenten noodzakelijk zijn voor de onteigening. Het behandelt het onteigeningsplan, de projectnota alsook de mogelijkheid tot betreding van het te onteigenen goed (enkel na machtiging van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, tenzij de toestemming werd bekomen van de eigenaar).

De bestuurlijke fase regelt ook het openbaar onderzoek (art. 17-23).

Het principe van zelfrealisatie (art. 24-27) betekent dat, indien het onteigeningsdoel door de eigenaars zelf gerealiseerd kan worden en deze in staat en bereid zijn om dit doel te realiseren op de wijze die de overheid voor ogen heeft, de eigenaar een verzoek tot zelfrealisatie kan indienen. Het recht van de eigenaar om een verzoek tot zelfrealisatie in te dienen impliceert niet het recht om zelf te realiseren. Dit zal slechts het geval zijn indien de verzoeker tijdens het openbaar onderzoek meldt dat hij tot zelfrealisatie wil overgaan en hij op voldoende wijze aantoont dat aan alle voorwaarden voor zelfrealisatie is voldaan.

De art. 28-30 regelen het definitieve onteigeningsbesluit.

De art. 31-41 regelen hoe moet worden gehandeld ingeval van samenloop van de onteigeningsprocedure met ruimtelijkeplanningsprocedures.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen is het bevoegde bestuursrechtscollege om het definitieve onteigeningsbesluit aan te vechten. Beroepen wordt ingesteld binnen een termijn van 45 dagen, die ingaat als volgt:

  • hetzij de dag na de kennisgeving van de vaststelling van het definitieve onteigeningsbesluit als de kennisgeving aan belanghebbenden wordt voorzien;
  • hetzij de dag na de bekendmaking van het definitieve onteigeningsbesluit in het Belgisch Staatsblad in alle andere gevallen.

De art. 43 tot 80 regelen de gerechtelijke fase voor de vrederechter en rechtbank van eerste aanleg (in beroep).

Toepassingsgebied:

Door de inwerkingtreding van dit decreet zullen de federale onteigeningswetten niet langer van toepassing zijn binnen het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de onteigening door de federale overheid zelf of door de federale overheid gemachtigde instellingen die op federale bevoegdheden betrekking hebben omschreven in art. 6quater van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen.

Voor wat de uitoefening van de gemeenschapsaangelegenheden in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad door de Vlaamse Gemeenschapscommissie betreft, is het volledige decreet van toepassing, met uitzondering van:

  • de onteigeningen inzake culturele aangelegenheden (vanwege art. 79, par. 2, BWHI);
  • de bepalingen over de gerechtelijke fase (zie titel 4 van het decreet).

Het decreet is met andere woorden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest/tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad alleen van toepassing op onteigeningen inzake onderwijs- en persoonsgebonden aangelegenheden en met uitzondering van de gerechtelijke fase.