326786 | 12.11.2018 V. nr. 68 (Vl. P.): Rioleringsprojecten - Doelstellingen en budget
DE VROE Gwenny
Vlaams Min. van Omgeving, Natuur en Landbouw SCHAUVLIEGE Joke

Websitebulletin Vragen en Antwoorden Vlaams Parlement - Zitting 2017-2018 | www.vlaamsparlement.be - Pagina gearchiveerd op 18.01.2019

Het uitvoeren van gemeentelijke rioleringsprojecten met een belangrijke impact op de waterkwaliteit is belangrijk voor het realiseren van de goede toestand van het oppervlaktewater tegen 2027. Het maximumtarief voor de waterfactuur zorgt, volgens de minister, voor een beperking van de financiële ruimte die de rioolbeheerders hebben. Een vorm van tariefregulering kan toelaten om hieraan tegemoet te komen.

De Europese kaderrichtlijn Water legt aan Vlaanderen de doelstelling op om tegen 2027 een goede kwaliteit van grondwater te verkrijgen. Tegen dan moeten we ook een rioleringsgraad bereiken van 97% en er moet daarvoor zwaar geïnvesteerd worden in rioleringen. In 2018 is er in Vlaanderen een rioleringsgraad van 87 %.

Tussen de gemeenten kunnen er grote verschillen zitten, ondermeer doordat de uitdaging in de verdere uitbouw van het stelsel per gemeente verschillend is. Volgens de minister, kan een vorm van tariefregulering tegemoet komen aan de financiële beperkingen die worden opgelegd door het maximumtarief voor de waterfactuur.

Via het overlegplatform van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) over de financiering van het waterbeleid zullen aanbevelingen worden geformuleerd voor de verdere afbouw van het aantal niet gesaneerde lozingspunten. Dit alles moet bijdragen aan een versnelde uitvoering en optimale afstemming met nog geplande bovengemeentelijke investeringen. Indien de financiering van de rioolbeheerder echter ontoereikend is om deze te realiseren, is het gericht toewijzen van de gewestsubsidies een mogelijke piste om deze projecten te deblokkeren. Dit moet echter steeds passen binnen een globaal kader waar de rioolbeheerder zijn huidige en toekomstige verantwoordelijkheden en plichten draagt.