35004 | 07.02.1992 V. nr. 16 (Vl. R.): Heffing ter bescherming van de oppervlaktewaters - Anomalieën

VALKENIERS Jozef

V. en A., Vl. R., 09.03.1992,1992(BZ), (1), 11-12

Zou het niet klantvriendelijker zijn betwistingen te regelen via een verzoeningsprocedure inzake de heffing van het Vlaams Gewest ter bescherming van de oppervlaktewaters tegen verontreiniging? Zou het niet wenselijk zijn tijdens deze procedure de betaling op te schorten? Waarom wordt voor gezinnen met een eigen waterwinning niet gewoon forfaitair de minimumheffing toegepast? Hoe verloopt de procedure voor gezinnen die zich wensen aan te sluiten op de drinkwaterdistributie en dus belast te worden op de werkelijk waterverbruikte? In de wet van 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren is enkel de beroepsprocedure beschreven bij ambtshalve aanslag. Andere mogelijkheid werd niet voorzien. Omwille van het algemeen principe van behoorlijk bestuur werd door de VMM aan alle heffingsplichtigen toch de kans geboden bezwaar aan te tekenen tegen de gevestigde heffing. Bij het bezwaar werden enkel voldoende motivatie en het toevoegen van de nodige bewijsstukken als normvereisten gesteld. In die zin kon deze procedure als een verzoeningsprocedure worden betiteld. De anomalieën in de bestaande wetgeving zijn inmiddels voldoende onderkend en zullen bijgestuurd worden via aanpassing van de decretale bepalingen om een structurele oplossing aan de gerezen problemen te bieden. Het decreet voorziet niet in een opschorting van betaling tijdens de procedure. Deze opschorting is evenmin aangewezen omdat dit heffingsplichtigen zou aanzetten tot het indienen van beroep om zo de betaling uit te stellen. Vanuit het principe: de vervuiler betaalt voor zijn vervuiling, werden de gezinnen met een eigen waterwinning belast volgens een grondslag proportioneel aan de gezinssamenstelling. Men mag er inderdaad redelijkerwijze van uitgaan dat grote gezinnen meer water winnen dan kleine gezinnen. De grondslag is niet gefantaseerd, omdat op basis van wetenschappelijk onderzoek algemeen wordt aangenomen dat per inwoner en per dag ongeveer 100 l water verbruikt wordt. Het heffingsdecreet voorziet voor de heffingsplichtigen met meer dan 500 m3 waterverbruik per jaar een verbruik van 180 l per inwoner equivalent. De te volgen procedure voor aansluiting op de drinkwaterdistributie verschilt naargelang de waterdistributiemaatschappij waaronder de moederleiding van de potentiële abonnee ressorteert. Hetzelfde geldt voor de aansluitingsprijs; het staat elk gezin vrij aan te sluiten op een openbaar drinkwaterleidingnet, en de kosten voor de aansluiting maken deel uit van het aansluitingscontract van de waterdistributiemaatschappij in kwestie.