47880 | 28.10.1992 BVE wijz. BVE 06.02.1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betr. de milieuvergunning

Vlaams min. van Leefmilieu en Huisvesting,DE BATSELIER Norbert

B.S., 02.02.1993, V.163, (21), 1954-1958+bijlage 1958-1978; B.S., 11.09.1993, V.163, (184), 20054-20056, err.

1. Voor meldingen die onlosmakelijk verbonden zijn met de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk voor bewoning wordt gebruikt moet: - de melding gebeuren bij aangetekend schrijven gericht aan het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente of door afgifte tegen ontvangstbewijs - in geval van huurwoningen dient de melding te gebeuren door de eigenaar van het onroerend goed. - de melding dient volgende gegevens te bevatten: naam, voornaam adres en hoedanigheid van de persoon die de melding doet, adres van het onroerend goed, vermelding of het gaat om het exploiteren van een nieuwe inrichting of het veranderen van een inrichting, aard van de meldingsplichtige inrichting, een schets die de ligging van de inrichting aangeeft. 2. Niemand mag zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid een als hinderlijk ingedeelde inrichting die toebehoort tot klasse I of II exploiteren. Voor elke verandering van een vergunde inrichting die de indeling in een hogere klasse voor gevolg heeft en bij toevoeging is een voorafgaande en schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid vereist. In de andere gevallen moet de verandering gemeld worden aan de overheid die de laatst lopende vergunning heeft verleend.(art. 5par. 1 BVE 06.02.1991) 3. Het aantal exemplaren waarin de aanvraag dient verstuurd, worden gewijzigd. 4. De inhoud van de adviezen verleend door het bestuur Natuurlijke Rijkdommen, OVAM en de Vlaamse Milieumaatschappij worden gewijzigd (art. 21 BVE) 5. De vertegenwoordigingen vermeld in art. 22 en 26 worden gewijzigd. 6.De milieuvergunning, met uitzondering van deze voor een tijdelijke inrichting, wordt verleend voor een bepaalde duur van maximaal 20 jaar, de termijn voorafgaand aan de ingebruikname en de eventuele proeftijd inbegrepen. Tenzij anders vermeld wordt de termijn voorafgaand aan de ingebruikname vastgesteld op 200 kalenderdagen voor een nieuwe inrichting en 30 dagen anders De termijn binnen dewelke de vergunde inrichtingen moet worden in gebruik genomen mag in geen geval 3 jaar overschrijden. Wanneer voor de inrichting of de verandering van de inrichting die het voorwerp uitmaakt van de milieuvergunning krachtens art. 44 van de Stedebouwwet 29.03.1962 een bouwvergunning is vereist, wordt de aanvangsdatum van de vergunnginstermijn verdaagd tot de dag dat deze bouwvergunning definitief is verleend.(art. 30 BVE) 6. Gedurende ten minste 2 dagen per week, door de gemeentebesturen te bepalen, kunnen derden, zonder dat zij een belang hoeven aan te tonen, op het gemeentehuis kosteloos inzage nemen van alle milieuvergunningen verleend aan de in degemeente geƫxploiteerde inrichtingen. Bovendien is elk gemeentebestuur ertoe gehouden aan elke persoon die erom verzoekt, zonder dat deze een belang behoeft aan te tonen, tegen kostendekkende vergoeding een afschrift te verstrekken van deze vergunningen. (art.34 BVE)