55491 | 02.04.1993 V. nr. 141 (Vl. R.): Heffing ter bescherming van de oppervlaktewateren - Verzenden van aanslagbiljetten aan verhuurders

VAN DIENDEREN Hugo

V.en A., Vl.R., 03.05.1993,1992-93, (12), 646

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) stuurt aanslagbiljetten voor heffingen ter bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging (decreet van 21.12.1990) naar de verhuurder in plaats van naar de huurder. Toch is de huurder de vervuiler en daarom verplicht de heffing te betalen. Waarom stuurt de VMM aanslagbiljetten naar de verhuurder? Doet ze dat altijd? De VMM stuurt heffingsbiljetten naar de verhuurder en dit in uitvoering van de wet 26.03.1971. Meer bepaalt stelt art. 35bis wat volgt: 'Voor de toepassing van dit decreet wordt de persoon waaraan een openbare watervoorzieningsmaatschappij waterverbruik in het Vlaamse Gewest factureert betreffende het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar, onweerlegbaar vermoed de heffingsplichtige te zijn terzake van het aan hem gefactureerde waterverbruik afgenomen van een openbare watervoorzieningsmaatschappij, onverminderd diens verhaal op de werkelijke verbruiker van het water'. De wet 26.03.1971 spreekt nergens van een vergoeding voor de verhuurder. Tevens dient te worden vermeld dat de verhuurder evengoed alle waterfacturen betaalt en deze dan verder doorrekent aan zijn huurders. De controle van de huurder ten opzichte van de verhuurder in verband met de heffing bevindt zich op hetzelfde niveau als elke andere onkostenverrekening zoals water, elektriciteit, enzovoort tussen huurder en verhuurder. Vanaf het heffingsjaar 1992 zijn in geen specifieke aftrekken meer voorzien. De heffingsvrijstelling voor de eerste dertig kubieke meter waterverbruik en de vermindering van 250 frank vanaf het derde kind zijn afgeschaft. In de plaats daarvan werd een getrapt correctiesysteem ingevoerd gekoppeld aan de omvang van het waterverbruik. Wat betreft de behandeling van de bezwaarschriften wordt volgende procedure gevolgd. Na ontvangst van een bezwaarschrift wordt aan de bezwaarindiener een ontvangstmelding bezorgd. Naargelang de aangehaalde problematiek is de onderzoekingsperiode langer of korter. Toch kan gesteld worden dat elke bezwaarindiener binnen een redelijke termijn een antwoord op zijn bezwaarschrift krijgt.