64465 | VAN GEYTE / Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen

R.v.St.,26 september 1973, 7e K., nr. 16026

Arr.R.v.St., 1973,771-776

De afwezigheid van de ontvanger-griffier op een bestuursvergadering van de polder, alhoewel hij uitdrukkelijk en schriftelijk was aangemaand aldaar aanwezig te zijn, kan door de gourverneur als een dienstvergrijp worden beschouwd. Hetzelfde geldt voor de weigering de bestuursleden de uitnodigingen voor een vergadering toe te sturen. En voor de weigering de uitnodigingen voor een algemene vergadering te versturen. Het doet er weinig aan toe dat hij de gouverneur zou gevraagd hebben die vergadering uit te stellen, vermits de dijkgraaf alleen beslist tot de samenroeping van de algemene vergadering. Krachtens art. 58 van de wet betreffende de polders kan de algemene vergadering slechts ofwel een disciplinaire schorsing van een maand opleggen ofwel de afzetting door de provinciegouverneur voorstellen. Bij annulatieberoep tegen de door de gouverneur uitgesproken afzetting, doet het er weinig aan toe dat de algemene vergadering tegelijk de tuchtschorsing voor een maand oplegde en de afzetting voorstelde, wanneer de gouverneur toch de opgelegde schorsing heeft vernietigd.