7675 | D / Y

Antwerpen,25 januari 1989, 8e Kamer

R.W., 07 april 1990, V.53, (32), 1091-1093

Water dat op de plaats waar de afvoerleiding uitmondt in een kunstmatige afvoerweg voor regenwater terechtkomt, kan eveneens voor de controle van afvalwater als 'geloosd water' worden beschouwd mits geen aansluiting op de afvoerleiding tussen de in art. 1.7° lid 1, v/h KB 318/76 bedoelde controleplaats waar de afvoerleiding uitmondt, in de lozingsvergunning toegelaten is.

NOOT (K.C.)
Het arrest stelt onder meer dat 'Water dat, op de plaats waar de afvoerleiding uitmondt, in een kunstmatige afvoerweg voor regenwater terechtkomt, eveneens voor de controle van afvalwater als 'geloosd water' kan worden beschouwd mits geen aansluiting op de afvoerleiding tussen de in art. 1, 7°, lid 1, van het KB van 03.08.1976 bedoelde controleplaats waar de afvoerleiding uitmonden, in de lozingsvergunning toegelaten is'. Het arrest wordt gevolgd door een interessante noot over 'de verontreiniging van het oppervlaktewater'.