91494 | O.M. / B. en n.v. L.

Corr. Antwerpen,4 juni 1992, 33e K.

T.Milieurecht, september-oktober 1995, V.4, (5), 411-413

De plaatselijke leiding van een groot bedrijf stelt naast eisen van economische en technische capaciteit ook eisen op het gebied van elementaire milieu- deskundigheid. Met betrekking tot de aansprakelijkheid van organen blijft de cruciale vraag : kan de particuliere persoon die geacht wordt voor de rechtspersoon te zijn opgetreden, een schuldverwijt worden gemaakt, hetzij een nalatigheid, gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg of een gebrek aan toezicht of onzorgvuldigheid bij het handelen ? De onderste grens is steeds dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid zal moeten worden afgewezen indien vaststaat dat op geen enkele wijze de betrokkenen het verloop der feiten in positieve zin had kunnen beïnvloeden noch door ingrijpen, noch door nalaten. De beoordeling van de noodtoestand leidt tot een afweging van economische sociale belangen tegen de bescherming van het leefmilieu en houdt verband met de opportuniteit, waarvan enkel controle bij wijze van marginale toetsing is toegelaten. Het laattijdig toekennen van een nieuwe vergunning door de overheid is een door de rechtbank aanvaarde rechtvaardigingsgrond door noodtoestand. De al dan niet ongegrondheid van de rechtvaardigingsgrond dient door het Openbaar Ministerie bewezen te worden. De overschrijding van de voorwaarden van een lozingsvergunning is een reglementaire inbreuk die wordt bewezen door de loutere vaststelling van het materiële feit.