92642 | O.M. / P.J., D.E. en n.v. H.

Corr. Antwerpen,14 december 1993, 25e K.

T.Milieurecht, november-december 1995, V.4, (6), 502-505

Onder afvalstof moet worden verstaan elke stof, of elk voorwerp, waarvan de houder zich wil ontdoen, zich ontdoet of zich moet ontdoen.
De term 'verwijderen' in de zin van het decreet 02.07.1981 omvat de kringloop welke de afvalstof ondergaat vanaf haar ontstaan tot haar behandeling met het oog op het gebruik, terugwinnen of regenereren. Het opslaan van afval is een vorm van verwijdering en dus vergunningsplichtig.
Het lozen van afvalwater in een riool of oppervlaktewater is verboden zonder voorafgaande vergunning. Het verontreinigend karakter van vloeistoffen kan geenszins enkel bewezen worden door het nemen van een monster. Het bewijs van de feiten kan met alle wettelijke en regelmatig verworven middelen van recht worden geleverd.
Met betrekking tot de aansprakelijkheid van de beklaagden als tussenpersonen voor de rechtspersoon zijn de afgevaardigde bestuurder en de technische directeur aansprakelijk aangezien zij instonden voor het aanvragen van de nodige vergunningen en voor het beheer van de afvalstoffen.
Uit art. 11 van de bijzondere wet 08.08.1980 tot hervorming van de instellingen volgt dat de art. 1 tot 99 van Boek I van het strafwetboek van toepassing zijn op de in de decreten voorgeschreven strafbare gedragingen.