99784 | n.v. C.R. / Vlaamse Milieumaatschappij

Gent,25 januari 1996, 11e K.

T.Milieurecht, mei-juni 1996, V.5, (3), 193-195+noot A. CLAES 196-199

De termijn van dertig dagen voorzien in art. 35quinquies decies, par. 4, 2° en 3° lid van wet 26.03.1971 waarbinnen de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) de memories, stukken en bescheiden welke zij als antwoord meent te moeten voordragen, moet neerleggen ter griffie, geldt niet voor de conclusies van de VMM die enkel antwoorden op de middelen en argumenten die door de heffingsplichtige bij conclusie werden aangebracht.
Vermits de heffingsplichtige in zijn aangifte had geopteerd voor de toepassing van de berekening van de vuilvracht op basis van meet- en bemonsteringsresultaten, kan hij thans voor het Hof van Beroep niet meer vragen dat de berekeningsmethode op basis van omzettingscoëfficiënten wordt gebruikt. Het bericht van rechtzetting is niets anders dan het uitgangspunt van een tussen de VMM en de heffingsplichtige ingezette onderhandeling met het oog op de bepaling van de heffing. Indien de heffingsplichtige als bijlage bij het antwoord op dergelijk bericht de voor akkoord ondertekende meet- en bemonsteringsresultaten van de VMM voegt, kan hij deze niet meer betwisten. Enkel indien de heffingsplichtige zou kunnen aantonen dat er sprake was van een dwaling in rechte of in feite zou dit akkoord hem niet meer binden.