108561 | 20.12.1996 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997, Leefmilieu, Grondwater - art. 44-48

Min.-president van de Vlaamse regering,Vlaams min. van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, VAN DEN BRANDE Luc

B.S., 31.12.1996,3e uitgave, V.166, (248), 32563-32567; Zitting 1996-97:Stuk.428/1-31, Handelingen 17,18,19.12.1996

De bepalingen van deze afdeling wijzigen het decreet 21.12.1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 en beogen een meer spaarzaam gebruik van grondwater en het stimuleren van duurzame alternatieven.
De definitie 'grondwaterwinningseenheid' wordt toegevoegd.
In sub 1° van art. 9 van dat decreet wordt naar analogie met de VLAREM reglementering naast de vergunningsplicht ook de mogelijkheid van een meldingsplicht voorzien. Op basis van de aldus gewijzigde decretale basis zal een nieuwe meldings- en vergunningsprocedure worden uitgewerkt.
Er wordt een bijzondere actie vooropgezet om de bestaande vergunningen te actualiseren inzonderheid met de bedoeling de vergunde jaarcapaciteiten en/of dagcapaciteiten hierin duidelijk te bepalen.
In ditzelfde decreet wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd luidend als volgt : 'Heffingen op de winning van grondwater'.
Het eerste nieuwe art. 28ter beoogt het oppompen van grondwater aan een heffing te onderwerpen. Met deze heffing op de winning van grondwater, ook ten aanzien van de openbare drinkwatervoorzieningsector, wordt beoogd zowel meer spaarzaam waterverbruik te stimuleren als meer duurzaam alternatieve oplossingen tot stand te brengen.
Het nieuwe art. 28quater stelt het bedrag van de heffing vast. Daarbij wordt een apparte regeling voorzien voor de grondwaterwinningen bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening enerzijds en deze voor industriële winningen anderzijds.
Het nieuwe art. 28quinquies legt de verplichting van een debietsmeting en registratie op.
De nieuwe art. 28sexies tot en met 28quaterdecies regelen de vestiging en de invordering van de heffing op een wijze analoog aan deze voorzien in de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.