143677 | 16.09.1998 V. nr. 416 (Vl. P.): Milieuheffing - Procedure bij betwisting

VANDENDRIESSCHE Bart

V. en A., Vl.P., 20.11.1998,1998-99, (3), 557-558

Tot en met het heffingsjaar 1996 bepaalde het art. 35quater, par. 1, van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging dat de vuilvracht voor gezinnen werd berekend volgens de formule: N = 0,025 x Qw x Ks.
Vanaf het heffingsjaar 1997 wordt de vuilvracht voor de gezinnen berekend volgens de formule: N = 0,025 x Qw.
Iedereen kan tegen de milieuheffing schriftelijk bezwaar indienen binnen twee maanden na het versturen van het heffingsbiljet. De gemotiveerde beslissing van de ambtenaar wordt na onderzoek overgezonden aan de indiener van het bezwaarschrift.
De wijze waarop tegen deze beslissing hoger beroep kan worden aangetekend, werd vastgesteld in art. 35quinquies decies, par. 3, van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.
Het verzoekschrift en het originele exemplaar van de betekening moeten, op straffe van verval, binnen een termijn van 40 dagen, te rekenen van de kennisgeving van de beslissing van de ambtenaar van de VMM aan de heffingsplichtige, ter griffie van het Hof van Beroep worden neergelegd.
De wijze waarop een verzoekschrift moet worden neergelegd is vastgelegd in de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Art. 35quinquies decies, par. 5, bepaalt dat de neerlegging van het verzoekschrift en van het originele exemplaar van de betekening, alsook de afgifte en de neerlegging van documenten bij ter post aangetekende brief mogen worden gedaan.
Art. 35quinquies decies, waarin de beroepsmogelijkheden omschreven staan, is bovendien vergelijkbaar met de artikelen 377-391 van het WIB.