162794 | 22.12.1999 V. nr. 71 (Vl. P.): Kanaal Dessel-Schoten - Vervuiling

MALCORPS Johan

V. en A., Vl.P., 03.03.2000,1999-2000, (9), 736-738

Het antwoord beschrijft de toestand en de problematiek rond de vervuiling van het Kanaal Dessel-Schoten.
Vooraleer men zich uitspreekt over de saneringsplicht, dient in eerste instantie te worden aangetoond of er een ernstige bedreiging uitgaat van de verontreiniging. 'De verplichtingen om in de gevallen bedoeld in art. 7, par. 2, en art. 7, par 5, van het bodemsaneringsdecreet op eigen kosten tot bodemsanering over te gaan rust op volgende personen:
a. indien op de grond waar de verontreiniging tot stand kwam een inrichting gevestigd is of een activiteit uitgeoefend wordt die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet 28.06.1985 betreffende de milieuvergunning, op de exploitant zoals bedoeld in dat decreet;
b. in de andere gevallen, op de eigenaar van de grond waar de verontreiniging tot stand kwam, zolang deze niet heeft aangetoond dat een andere persoon voor eigen rekening de feitelijke controle over deze grond heeft. Levert de eigenaar dit bewijs, dan rust de verplichting op deze andere persoon'.
In de meeste gevallen zal dan ook de beheerder van de betrokken waterloop, dus het Vlaams Gewest (meer bepaald de daartoe bevoegde diensten), saneringsplichtig zijn. De verontreiniging zal normaal gesproken gebeurd zijn terwijl het Gewest beheerder was, dus zal het Gewest hoogstwaarschijnlijk niet kunnen aantonen dat het niet saneringsplichtig is.
Het is pas inzoverre er geen saneringsplichtige is, of inzoverre de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet nakomt, dat OVAM ambtshalve kan saneren. In dat geval poogt het de kosten te verhalen, hetzij op de aansprakelijkheid, hetzijn op de saneringsplichtige.

nvdr: Het decreet 22.02.1995 betreffende de bodemsanering wordt op 01.06.2008 opgeheven door het decreet 20.10.2006 betreffende de bodemsanering en de bodembeschermingzie (zie doc. nr. 216113 en nr. 228017).