176117 | 28.02.2002 BBHR betr. de administratieve geldboetes inzake heffing op de lozing van afvalwater
Min.-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwingen en Wetenschappelijk Onderzoek, DE DONNEA François-Xavier
Min. belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, VANHENGEL Guy
Min. belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, GOSUIN Didier

BS 2002-04-18

Dit besluit betreft de administratieve geldboetes inzake heffing op de lozing van afvalwater.
Als het Brussels Instituut voor Milieubeheer een overtreding vaststelt van de bepalingen van de ordonnantie van 29.03.1996 tot instelling van een heffing op de lozing van afvalwater, of van de besluiten genomen ter uitvoering van die ordonnantie, deelt het zulks mede aan de Fiscale Dienst van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het deelt tevens alle gegevens en stukken mede die het bewijs van de overtreding kunnen leveren.
De overtreder beschikt over een termijn van één maand na ontvangst van het bericht, om aan de in art. 3 bedoelde ambtenaar zijn opmerkingen of rechtvaardigingen toe te sturen. De bovengenoemde ambtenaar kan het opleggen van de geldboete verzaken indien de rechtvaardigingen hem aannemelijk lijken.

nvdr: Art. 3 van dit besluit wordt gewijzigd door het BBHR 30.06.2005 tot wijziging van de BBHR 23.03.1995, 20.07.1995, 15.02.1996, 07.11.1996, 21.01.1999 en 28.02.2002 waarbij de ambtenaren aangesteld werden voor de uitoefening van de gewestelijke bevoegdheden inzake fiscaliteit (B.S., 07.09.2005). Art. 7 wordt opgeheven.

nvdr: De Ordonnantie 29.03.1996 tot instelling van een heffing op de lozing van afvalwater wordt opgeheven door de ordonnantie 20.10.2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid (zie doc. nr. 213828). De Regering kan evenwel besluiten dat de art. 15 tot 21 van die ordonnantie van kracht blijven in de mate dat dit nodig is om rekening te houden met de vervuiling van geloosd afvalwater voor de bepaling van de waterprijs en de saneringsdiensten.