181121 | 24.10.2002 Omz. LNW/2002/2 betreffende de vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en gebruik van droogweerafvoersystemen (DWA-systemen)

Vlaams Min. van Leefmilieu en Landbouw, DUA Vera

B.S., 27.11.2002,2e uitgave, V.172, (374), 53119-53120; Best.Mem., Vl.B., 20.12.2002, V.8, (11), 501-503; Best.Mem., Antw., 20.12.2002, (1), 427-436; Best.Mem.:W.Vl., 29.01.2003, (2), 21-27

De code van goede praktijk voor het ontwerp en gebruik van droogweerafvoersystemen (DWA-systemen) wordt vastgesteld.

Op 31.07.1996 werd de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen uitgevaardigd. Die code van goede praktijk werd al meerdere malen aangevuld.
Op 19.12.1996 werd de code van goede praktijk voor de aanleg van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties (KWZI's) uitgevaardigd. Deze code van goede praktijk werd als tiende hoofdstuk toegevoegd aan de 'Code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen'.
Op 23.03.1999 werden nog twee nieuwe hoofdstukken aan de code van goede praktijk toegevoegd. Hoofdstuk 11 handelt over de herwaardering van het grachtenstelsel en hoofdstuk 12 gaat in op hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen.

Met het decreet van 21.12.2001 tot wijziging van de wet 26.03.1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging werden een aantal wijzigingen doorgevoerd in de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Sindsdien kan de subsidiëring van afvoersystemen voor de afvoer van uitsluitend afvalwater met een maximaal debiet van 2 DWA, waarbij het hemelwater langs hetzelfde traject wordt afgevoerd door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden of door middel van een gelijkwaardige oplossing met inbegrip van de aan dit afvoersysteem gerelateerde retentie- en/of infiltratievoorzieningen voor hemelwater, opgetrokken worden tot 100 %.

Het BVR 01.02.2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallatie, bepaalt in hoofdstuk 2, art. 2, par. 3, dat de gewestbijdrage wordt verhoogd tot 100 % voor de aanleg van een afvoersysteem van uitsluitend afvalwater(doorsnede 2 DWA), waarbij het hemelwater wordt afgevoerd langs hetzelfde traject door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden of door middel van een gelijkwaardige oplossing; alsook voor de aanleg van de met het rioleringsproject gerelateerde retentie- en/of infiltratievoorzieningen voor hemelwater.

Deze omzendbrief bespreekt:

  • De totstandkoming van deze aanvulling:
    • Momenteel bevat de code van goede praktijk weinig specifieke bepalingen voor het ontwerpen van leidingen die uitsluitend bestemd zijn voor het transport van afvalwater. De administratie heeft dan ook aan de KULeuven de opdracht gegeven om aanvullende ontwerpregels voor zuivere afvalwaterleidingen op te stellen.
  • het toepassingsgebied:
    • De code van goede praktijk moet overeenkomstig art. 8, 1°, van het BVR 01.02.2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties, gehanteerd worden als toetsingskader voor de in het kader van dit besluit voor subsidie ingediende dossiers voor de aanleg en verbetering van openbare rioleringen en van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties.
  • De beschikbaar gestelde documenten

nvdr: De omzendbrief 31.07.1996 met betrekking tot de vaststelling van de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen en individuele voorbehandelingsinstallaties werd opgeheven door het MB 20.08.2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen (zie doc. nr. 268426).