185028 | 22.04.2003 Wet tot modernisering van de belasting voor aanplakking en de betalingswijzen van het zegelrecht

Min. van Financiën,REYNDERS Didier

B.S., 13.05.2003, V.173, (174), 25513-25515; B.S., 22.05.2003,2e uitgave, V.173, (191), 28292, err.

De belastingheffing als wijze van betaling van de belasting voor aanplakking voor diegenen die de belasting verschuldigd zijn, wordt vereenvoudigd.

Voor de heffing van de belasting voor aanplakking wordt uitgegaan van de afmetingen van de plakbrief, die in eerste instantie zullen bepalen of de belasting al dan niet verschuldigd is. Plakbrieven niet groter dan een bepaalde oppervlakte worden niet belast. Vervolgens, indien de belasting verschuldigd is, wordt voor de tarifering een onderscheid gemaakt, naargelang de oppervlakte van de plakbrief groter of kleiner is dan een vierkante meter.
De heffing van de belasting gebeurt op basis van een aangifte door de schuldenaar bij het bevoegde kantoor en de betaling door storting of overschrijving op de rekening van het kantoor.

Het stelsel van aangifte en betaling per overschrijving is veralgemeend voor alle plakbrieven groter dan één vierkante meter. Onder deze afmetingen behoudt de schuldenaar de keuzemogelijkheid te betalen door middel van het aanbrengen en het onbruikbaar maken van een fiscale plakzegel op de plakbrief. In dit verband mag niet worden vergeten dat een aantal schuldenaars van de belasting de betaling door middel van een fiscale zegel verkiezen om haar eenvoud.

Voor de plakbrieven niet groter dan 15 vierkante decimeter is het zegelrecht niet meer verschuldigd.

Zijn onder andere vrij van de belasting voor aanplakking:

  • de plakbrieven aangeplakt door de Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de autonome provinciebedrijven, de autonome gemeentebedrijven, de polders en wateringen en de openbare instellingen; de plakbrieven van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oudstrijders en oorlogsslachtoffers;
  • de plakbrieven van de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de Vlaamse Landmaatschappij, la Société régionale wallonne du logement en de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij erkende maatschappijen; de plakbrieven van de coöperatieve vennootschappen, het Woningfonds van de Bond der Kroostrijke Gezinnen van België, het Vlaamse Woningfonds van de Grote Gezinnen, het Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië en het Woningfonds van de Gezinnen van het Brusselse Gewest; de plakbrieven van het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen -België - Stichting naar Belgisch recht, en die van de verenigingen die actief zijn bij de opsporing van verdwenen kinderen of in de strijd tegen de seksuele uitbuiting van kinderen, wanneer zij handelen in overleg met of op verzoek van het genoemde centrum.
Bijgevolg worden volgende regelgevingen gewijzigd
  • in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen:
    • art. 188, 190, 191, 195, 196, 198, 199, 201.1 en 201.2;
    • art. 189, 192, 2° en 3° van art. 203.1, 203.2 en 204.1 worden opgeheven.
  • in het Wetboek der zegelrechten: art. 2, 3, 57, 67 en 68.