197821 | n.v. T.M.I. / V.M.M.

Gent, 18 november 2003, 5e K.

T.Milieurecht, augustus 2004, V.13, (3), 343-345

Wanneer er andere afvalstromen zijn buiten het productieproces, dan worden deze niet beïnvloed door het voorwerp van de vraag tot toekennen van het statuut van nullozer.
Het sanitair water wordt alsnog afzonderlijk belast wanneer een heffingsplichtige aan het statuut van nullozer voldoet.

Een firma, met hoofdactiviteit weverij meubel- en gordijnstoffen, vroeg het statuut van nullozer aan zoals bedoeld in art. 35ter, par. 4 van de wet 26.03.1971.

Rekening houdend met een waterverbruik van 16.011 m3 werd in de berekening van de heffing 10.000 m3 industrieel afvalwater in mindering gebracht en werd het resterend gedeelte belast op basis van de omzettingscoëfficiënten van de activiteitssector.
De toekenning van het nullozerstatuut verhindert niet dat de andere afvalstromen afzonderlijk worden getaxeerd en dat het belastingvoordeel (nullozerstatuut) rechtstreeks gekoppeld is aan wat een erkend deskundige vaststelt.