199930 | Het beroep tot vernietiging van de art. 8, 10, par. 1, 5°, 42, par. 1, en 46, par. 1, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 18.07.2003 betr. het integraal waterbeleid

Arbitragehof, 9 februari 2005, arrest nr. 32/2005

B.S., 28.02.2005,1e uitgave, V.175, (63), 7855-7858

Het kan in overeenstemming zijn met zowel het algemeen belang van een goed waterbeheer als met het individueel belang van de betrokken eigenaars dat in bepaalde gevallen door het decreet 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid beperkingen worden opgelegd aan de uitoefening van het eigendomsrecht.

Er worden drie artikels van het decreet 18.07.2003 bestreden:

  • art. 8 van het decreet 18.07.2003 voert de watertoets in als instrument van het integraal waterbeleid. De overheid die over een vergunning, een plan of programma moet beslissen, dient er zorg voor te dragen, door het weigeren van de vergunning of van de goedkeuring van het plan of programma dan wel door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen aan het plan of programma, dat geen schadelijk effect ontstaat of dat de schade zoveel mogelijk wordt beperkt en, indien dit niet mogelijk is, dat het schadelijke effect wordt hersteld of, in de gevallen van vermindering van de infiltratie van hemelwater of de vermindering van 'ruimte voor het watersysteem', wordt gecompenseerd.
  • Krachtens art. 10, par. 1, 5°, van het decreet mogen in de oeverzones van een 'oppervlaktewaterlichaam' geen nieuwe bovengrondse constructies worden opgericht, met uitzondering van die constructies die noodzakelijk zijn voor het beheer van het oppervlaktewaterlichaam, voor het vervullen van de functie of de functies die werden toegekend aan het oppervlaktewaterlichaam, van werken van algemeen belang en van de constructies die verenigbaar zijn met de functie of de functies van de oeverzone.
  • Op grond van de art. 42, par. 1, en 46, par. 1, van het decreet mogen de maatregelen in de bekkenbeheerplannen en de deelbekkenbeheerplannen geen beperkingen vaststellen die absoluut werken of handelingen verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen, met uitzondering van de werken of handelingen binnen overstromingsgebieden en oeverzones.

Uit de bestreden bepalingen vloeit voort dat bepaalde werken of handelingen kunnen worden verboden of onmogelijk gemaakt. Hoewel de betrokken eigenaars niet worden onteigend, verzetten de aangevoerde grondwets- en verdragsbepalingen zich ertegen dat de overheid aan een bepaalde categorie van personen lasten zou opleggen die groter zijn dan die welke een particulier in het algemeen belang kan worden geacht te dragen.
Het staat aan de decreetgever de nodige maatregelen te nemen met het oog op een goed waterbeheer.

De bestreden maatregelen moeten worden beschouwd als een regeling van 'het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang', in de zin van de tweede alinea van art. 1 van het Eerste Aanvullend Protocol. Die regeling zou slechts discriminerend zijn indien zij op buitensporige wijze afbreuk doet aan de rechten van de betrokken eigenaars.

De toepassing van de watertoets leidt niet automatisch tot een beperking van het eigendomsrecht. Het bestreden artikel 8 voorziet in de eerste plaats erin, indien een schadelijk effect te verwachten valt, dat voorwaarden worden opgelegd bij het verlenen van de vergunning of bij de goedkeuring van het plan of programma om het ontstaan van het schadelijke effect te vermijden of dat effect zoveel mogelijk te beperken. In de tweede plaats, indien het schadelijke effect niet kan worden voorkomen of beperkt door het opleggen van voorwaarden, dienen de op te leggen voorwaarden gericht te zijn op het herstel of - in de gevallen van vermindering van de infiltratie van het hemelwater of de vermindering van de ruimte voor het watersysteem - de compensatie van het schadelijke effect. Pas in laatste instantie, wanneer blijkt dat het schadelijke effect niet kan worden vermeden, noch beperkt en dat ook herstel of compensatie onmogelijk zijn, wordt de vergunning of de goedkeuring van het plan of programma geweigerd. De overheid moet bij het nemen van de beslissing over het plan of programma of over de vergunning rekening houden met de relevante door de Vlaamse Regering vastgestelde waterbeheerplannen, voor zover die bestaan, en de beslissing moet worden gemotiveerd, waarbij in elk geval de doelstellingen en de beginselen van het integrale waterbeleid worden getoetst.

Het blijkt dat de bestreden artikelen slechts in een beperkt aantal gevallen aanleiding zullen geven tot een bouw- of exploitatieverbod. Het decreet voorziet daarenboven in een sterk uitgewerkte organisatiestructuur voor het opstellen en opvolgen van de voormelde beheerplannen op de verschillende geografische niveaus. Daarbij wordt rekening gehouden met de multidisciplinaire en beleidsdomeinoverschrijdende aard van het integraal waterbeleid, alsook met de vertegenwoordiging van de maatschappelijke belangengroepen en de mogelijkheid van inspraak door de bevolking.

Zonder dat de situatie van de betrokken eigenaars nauwgezet moet worden vergeleken met die van andere eigenaars, moeten de bestreden maatregelen derhalve worden beschouwd als door de overheid in het algemeen belang opgelegde beperkingen van het eigendomsrecht die niet tot gevolg hebben dat zij tot schadeloosstelling is gehouden, nu die maatregelen vanwege hun aard en vanwege de geboden waarborgen redelijkerwijze niet kunnen worden geacht op buitensporige wijze afbreuk te doen aan de rechten van de betrokken eigenaars.

nvdr: De door het Arbitragehof gewezen arresten waarbij beroepen tot vernietiging verworpen worden, zijn bindend voor de rechtscolleges wat de door die arresten beslechte rechtspunten betreft.