207497 | 20.01.2006 BVR wijz. BVR 18.01.2002 houdende het toekennen van een gewestbijdrage aan polders, wateringen, verenigingen van polders of verenigingen van wateringen voor het uitvoeren van bepaalde waterhuishoudkundige werken en tot vastlegging van de procedure inzake subsidiëring van deze werken

Vlaams Min. van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,PEETERS Kris

B.S., 16.02.2006, V.176, (51), 8207-8208

Het subsidiebesluit Polders en Wateringen voorziet dat polders en wateringen een gewestbijdrage kunnen aanvragen als ze een waterhuishoudingsplan opstellen. Het plan beschrijft de afvoer van hemelwater, de waterlopen en grachten in het gebied en het irrigatiebeheer, en reikt concrete oplossingsvoorstellen aan. Om het besluit echter correct te kunnen uitvoeren, zijn een aantal wijzigingen nodig aan de tijdsbepalingen in het besluit.

Het BVR 18.01.2002 houdende het toekennen van een gewestbijdrage aan polders, wateringen, verenigingen van polders of verenigingen van wateringen voor het uitvoeren van bepaalde waterhuishoudkundige werken en tot vastlegging van de procedure inzake subsidiëring van deze werken, stimuleerde polders en wateringen om hun toekomstvisie op het integraal waterbeleid op papier te zetten en een actieprogramma met concrete projecten op te stellen. 28 polders en wateringen hebben ondertussen zo'n plan gemaakt en wachten op de goedkeuring van dit plan.

De polders en wateringen die een volledig waterhuishoudingsplan indienden, ontvangen in afwachting van de goedkeuring ervan een eerste uitbetaling van 60% van het beloofde subsidiebedrag voor de opmaak van dit plan. De uitbetaling van de resterende 40% gebeurt na goedkeuring van het plan door de minister.

Enkel projecten die opgenomen zijn in een goedgekeurd waterhuishoudingsplan komen nog voor subsidiëring in aanmerking. Door de aanpassing van het besluit kunnen in de toekomst ook acties die in een deelbekken- of bekkenbeheerplan zijn opgenomen en die door een polder of een watering moeten worden uitgevoerd, worden betoelaagd.

Tenslotte kunnen voortaan ook ingrepen die nodig zijn om de risico's op overstromingen terug te dringen gesubsidieerd worden, als deze overstromingen de veiligheid in het gedrang brengen. Hier wordt bijvoorbeeld concreet gedacht aan het plaatsen van dijkjes om woningen die frequent met wateroverlast kampen te beschermen.

Bijgevolg worden art. 3, 4 en 9 van het BVR 18.01.2002 gewijzigd.