222306 | 07.09.2007 BVR tot uitvoering van art. 8, par. 3, en 13, par. 2, van het mestdecreet van 22.12.2006

Vlaams Min. van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,CREVITS Hilde

B.S., 11.09.2007, V.177, (268), 48158-48159

Dit besluit maakt de uitvoering van enkele artikels van het Mestdecreet van 22.12.2006 mogelijk. Zo moeten in het kader van de verlengde uitrijregeling in de Polders zware kleigronden afgebakend worden. Ook zandgronden moeten afgebakend worden wegens de verscherpte bemestingsnorm voor maïs en granen.

Overeenkomstig art. 8, par. 1, van het Mestdecreet van 22.12.2006, mogen landbouwers, in principe, hun percelen maar bemesten vanaf 16 februari tot en met 31 augustus. In afwijking van deze bepaling bepaalt art. 8, par. 3, 2°, van het Mestdecreet dat het verboden is dierlijke mest op zware kleigronden in de Polders, zoals aangeduid door de Vlaamse Regering op of in de bodem te brengen vanaf 15 oktober tot en met 15 februari. De uitrijperiode voor deze gronden doorloopt na 31 augustus, maar de zware kleigronden in de Polders moeten worden aangeduid door de Vlaamse Regering. Deze afbakening is hoogdringend daar de normale uitrijperiode eindigde op 31 augustus, terwijl de uitrijperiode voor deze gronden doorloopt tot 14 oktober. In onderhavig besluit wordt in deze afbakening voorzien.