225261 | 07.05.1877 Wet op de politie van de niet bevaarbare en niet vlotbare waterlopen

Min. van Binnenlandse Zaken,Delcour

B.S., 23.05.1877, V., (143), 196-212

De wet stelt een erkennings- en een rangschikkingssysteem van de niet bevaarbare of niet vlotbare waterlopen en een procedure van de regularisatie voor de werken bestaande zonder recht vast. De wet voorziet ook de realisatie van de gewone en buitengewone onderhouds- en de herstelwerken. De niet-naleving van de wettelijke bepalingen wordt aan de politiestraffen onderworpen.

Het eerste hoofdstuk behandelt de erkenning en de rangschikking door de provinciale overheden van de niet bevaarbare en niet vlotbare waterlopen bestaande op hun grondgebied. Dit hoofdstuk heeft ook betrekking op een procedure van de regularisatie van de werken met name de versmallingen, veranderingen van richtingen en belemmeringen, fabrieken, bruggen, dijken, sluizen, keerdammen, plantaadjes en andere werken bestaande zonder werk. Die werken worden ingedeeld bij twee categorie├źn: degene waarvan de afschaffing of de onmiddellijke verandering noodzakelijk wordt geacht endegene waarvan het behoud noch gevaarlijk noch schadelijk schijnt.

Het tweede hoofdstuk voorziet de realisatie van de gewone en buitengewone onderhouds- en herstelwerken van waterlopen die door de gemeentebesturen worden uitgevoerd onder de leiding van de gespecialiseeerde agenten benoemd door de provinciale overheid. De bruggen, de sluizen en de andere private werken worden door hun eigenaars onderhouden en hersteld.

Wat de buitengewone verbeteringswerken betreft moet een vergunning aangevraagd worden bij de bestendige deputatie en de kosten door de aanvrager gedragen. In de bepaalde gevallen kan de Koning of de bestendige deputatie ambtshalve de uitvoering van deze werken bevelen en draagt voor de helft van de kosten die daarmee gepaard gaan.

In het vierde hoodstuk stelt de wetgever een aantal verboden en verplichtingen in hoofde van de personen realiserende de werken vast en voorziet de strafsancties in geval van het niet-naleven van de bepaalde wettelijke bepalingen.