262932 | 20.04.2012 Dec. houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur - Wet oppervlaktewateren (art. 4, 5, 6)

Vlaams Min. van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,SCHAUVLIEGE Joke

B.S., 22.05.2012, V.182, (177), 29396-29397

Art. 32duodecies van de wet 26.03.1971 op de bescherming op oppervlaktewateren tegen verontreiniging wordt vervangen omdat het aanmoedigen van de verdere scheiding van hemel- en afvalwater door differentiatie in percentage van subsidieerbaarheid overbodig geworden is. Alle rioleringsprojecten moeten nu immers voldoen aan art. 6.2.2.1.2 van titel II van het Vlarem.

De mate van scheiding van afvalwater en hemelwater wordt automatisch bepaald door de aanwezigheid van gesloten bebouwing langsheen het rioleringstracé en/of de doorvoer van gemengd afvalwater van hogerop gelegen strengen.

Ook art. 32terdecies van dezelfde wet wordt gewijzigd. Aangezien in de zoneringsplannen en de daaraan gekoppelde gebiedsdekkende uitvoeringsplannen de meerjarenplanning (art. 10.2.3, par. 1, 20¬į, van het decreet 05.04.1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) voor de verdere optimalisatie van het buitengebied wordt vastgelegd, is de opmaak van een bijkomend meerjarenprogramma overbodig. Die zinsnede wordt bijgevolg geschrapt.

Ook art. 35ter van de wet wordt gewijzigd. Het beginpunt van de aanvraagtermijn voor heffingsvrijstellingen en compensaties wordt aangepast aan de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.