269281 | 21.12.2012 Dec. houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 - Financierende heffing - Oppervlaktewaterheffing (art. 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69 en 70)

Min.-President van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,PEETERS Kris

B.S., 31.12.2012,1e uitgave, V.182, (417), 88582-88590; B.S., 28.01.2013,2e uitgave, V.183, (23), 4240, err.

Het opleggen van een verplichting tot het afsluiten van een saneringscontract door het bedrijf als een bijzondere voorwaarde in de milieuvergunning is een mogelijkheid in hoofde van de vergunningverlenende overheid. Door een aanrekening van de veroorzaakte kosten via de financierende heffing kan er ook een correcte en integrale kostentoerekening conform het principe ♯'de vervuiler betaalt' bewerkstelligd worden. In deze afdeling werden maatregelen opgenomen die een meer correcte en vooral een integrale kostenaanrekening via de financierende heffing op de waterverontreiniging vooropstellen.

Het uitgangspunt van de financierende heffing is dat de vuilvracht verhoogd of verlaagd wordt in functie van de verwerkbaarheid van het afvalwater. Er worden drie gradaties onderscheiden: complementair afvalwater, goed verwerkbaar afvalwater en slecht verwerkbaar afvalwater.

In een financierende heffing dienen de specifieke exploitatiekosten de werkelijkheid te weerspiegelen waardoor het principe van 'de vervuiler betaalt' maximaal nagestreefd wordt. Anderzijds moet de heffingsregeling zo eenvoudig mogelijk en voldoende transparant zijn zodat bedrijven inzicht hebben in de regeling. Indien er geen geldige meet- en bemonsteringsgegevens voorhanden zijn. In voorkomend geval wordt de geloosde vuilvracht forfaitair vastgesteld op basis van sectorspecifieke omzettingscoëfficiënten. Deze omzettingscoëfficiënten zijn een maat voor de vervuiling.

Om een saneringscontract af te kunnen sluiten voor het gebruik van een noodlozing moet het bedrijf beschikken over een milieu- of lozingsvergunning waarin de noodaansluiting voorzien is. Een saneringscontract afsluiten tijdens de calamiteit of net na de calamiteit is ook mogelijk.

Er wordt voorzien in een overgangsregeling voor de financierende heffing, zodat bedrijven de tijd krijgen zich aan te passen aan de nieuwe berekeningswijze voor de heffing. Hierdoor wordt het effect van de financierende heffing gestaag ingevoerd over een periode van drie jaar, waardoor bedrijven niet geconfronteerd worden met een plotse stijging van heffingskost. De overgangsregeling laat immers toe dat bedrijven zich kunnen aanpassen door bijvoorbeeld het implementeren van waterbesparende maatregelen, het op een andere manier bedrijven van de (voor)zuivering of door over te schakelen naar een lozing op oppervlaktewater mits hiervoor de vergunning verleend wordt.

Art. 32septies, 35bis, 35ter, 35 quinquies, 35septies, 35vicies en de bijlage van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging worden gewijzigd.