271012 | 01.03.2013 Dec. houdende diverse bepalingen inzake landbouw, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening - Wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging (art. 5 - 8)

Vlaams Min. van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,SCHAUVLIEGE Joke

B.S., 15.04.2013,2e uitgave, V.183, (111), 23027-23028

In art. 10.2.3., par. 1, DABM worden de taken van de Vlaamse Milieumaatschappij opgesomd. Om deze taken correct uit te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk gebleken om de personeelsleden van de afdeling bevoegd voor het ecologisch toezicht van de VMM die met deze taken belast zijn, een toegangsrecht toe te kennen tot alle installaties die deel uitmaken van de zuiveringsinfrastructuur. Het gaat met name om de installaties beheerd door de NV Aquafin, alsook de installaties beheerd door rioolbeheerders zoals gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingen en dergelijke meer.

Ook moeten zij het recht krijgen om het noodzakelijke gereedschap mee te nemen en neer te zetten om de installaties te kunnen openen en onderzoeken en om indien nodig schepmonsters te nemen. Regelmatig zullen deze personeelsleden immers priv├ęgronden moeten betreden om de betrokken installatie te bereiken; of dient men gronden van het openbaar domein, beheerd door andere rechtspersonen dan de rioolbeheerder, te betreden. Een duidelijk toegangs- en onderzoeksrecht zijn dan ook onontbeerlijk, zonder die rechten kan men immers niet verantwoorden dat men die gronden betreedt.

De betrokken rechten worden ingevoerd in de art. 32septies, par. 3 en 32octies van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging voor wat de installaties beheerd door de NV Aquafin betreft. In het art. 32 duodecies van diezelfde wet worden dan de noodzakelijke bepalingen ingevoerd voor de installaties beheerd door rioolbeheerders zoals gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingen en dergelijke meer.