281317 | 28.02.2014 Dec. wijz. wet 28.12.1967 betr. de onbevaarbare waterlopen, meer bepaald de wijziging van de classificatie en andere diverse wijzigingen

Vlaams Min. van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,SCHAUVLIEGE Joke

B.S., 11.04.2014,2e uitgave, V.184, (110), 31836-31839

Het decreet brengt diverse wijzigingen aan in de wet 28.12.1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen. De wijzigingen hebben onder meer betrekking op de inschaling van de onbevaarbare waterlopen in categorie├źn. Die inschaling wordt aangepast teneinde te komen tot een effici├źnter beheer van de waterlopen dat is gesteund op een combinatie van ervaring, deskundigheid en plaatselijke betrokkenheid. Benevens een aantal andere inhoudelijke wijzigingen, zoals onder meer die betreffende het openbaar onderzoek, bevat het decreet voor het overige een groot aantal wijzigingen van terminologische en technische aard.

De deputatie kan, om redenen van algemeen nut, elke kunstmatige waterloop waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt, alsook waterlopen of delen van waterlopen waarvan het waterbekken geen 100 hectare bedraagt, bij de onbevaarbare waterlopen rangschikken, er de rangschikking bij de tweede of derde categorie van bepalen en er het punt van oorsprong van bepalen.

De deputatie kan een onbevaarbare waterloop of een deel van een waterloop in de tweede categorie rangschikken als het afwaartse traject van de te rangschikken waterloop of van een deel van een waterloop al tot de tweede of de eerste categorie behoort.

Als redenen van algemeen nut kunnen in aanmerking worden genomen:

  1. abnormale verzwaring van het debiet;
  2. verontreiniging door lozingen van afvalwater;
  3. de noodzaak tot structureel onderhoud door een openbaar bestuur.

De Vlaamse Regering kan om redenen van algemeen nut elke kunstmatige waterloop, waarvan het waterbekken groter is dan 100 hectare, bij de onbevaarbare waterlopen rangschikken, er de categorie van bepalen en er het punt van oorsprong van bepalen.

De Vlaamse Regering kan onbevaarbare waterlopen van de derde of van de tweede categorie bij een hogere categorie rangschikken:

  1. als het debiet van die waterlopen abnormaal verzwaard wordt door lozing van riool- of industriewater;
  2. als het water van die waterlopen op abnormale wijze verontreinigd is door afvalwater;
  3. als het water van die waterlopen een opstuwing ondergaat ten gevolge van een stuw of een vaste hindernis;
  4. als de helling of de ligging ervan het onderhoud abnormaal duur maakt.

Deze wet is van toepassing in de polders en de wateringen wat betreft de waterlopen van de eerste categorie. Zij doet geen afbreuk aan de reglementen van die besturen wat de andere waterlopen betreft. Die besturen kunnen evenwel, op hun verzoek, van de deputatie van de provincie het genot van de toepassing van deze wet verkrijgen wat betreft de classificering van de op hun gebied gelegen waterlopen en de verdeling van de kosten voor de gewone werken. Als die besturen het genot van de toepassing van deze wet verkregen hebben wat betreft de rangschikking van de waterlopen die op hun gebied liggen, en de verdeling van de kosten voor de gewone werken, wint de deputatie hun advies in en wint de Vlaamse Regering hun advies in.

De art. 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 21, 22 en 23 van de wet 28.12.1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen worden gewijzigd.

Er wordt een nieuw art. 4bis ingevoegd.

De waterlopen waarvan het waterbekken niet ten minste 100 hectare bedraagt en de kunstmatige waterlopen die voor de inwerkingtreding van dit decreet met toepassing van art. 2.3 of art. 4.1 van de wet 28.12.1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, zoals ze van kracht waren voor de inwerkingtreding van dit decreet, geklasseerd werden, behouden hun klassering bij de inwerkingtreding van dit decreet.