288357 | Openbaar Ministerie en H. C. / Polder Willebroek en M. E. V. L.

Antwerpen, 16 februari 2011, 12e K., nr. C/278/11

In deze zaak wordt niet betwist dat de Polder wettelijk bevoegd is om de onderhoudswerken aan de waterwegen in het betreffende gebied uit te voeren. Dit betekent echter niet dat deze werken op eender welke manier mogen of kunnen worden uitgevoerd. De wetgeving inzake polders en wateringen zet geenszins de wetgeving inzake natuurbehoud en inzake het beheer en voorkoming van afvalstoffen buiten spel. Hier is duidelijk een tekortkoming aan de zorgplicht van de dijkgraaf - voorzitter van de Polder (de tweede beklaagde die in deze zaak strafrechtelijk schuldig wordt bevonden) die erin bestaat dat er geen vermijdbare schade mag worden aangebracht.

Dat de aannemer niet mee is vervolgd (wat overigens behoort tot de autonome bevoegdheid van het Openbaar Ministerie) neemt niet weg dat de dijkgraaf het nodige toezicht ter plaatse had dienen uit te oefenen wat een gebrek aan voorzichtigheid en voorzorg inhoudt. Deze strafrechtelijke verplichting wordt niet opgeheven door de contractuele verbintenis van de aannemer om de dijkgraaf vooraf te verwittigen. De eventuele fout en (mede)aansprakelijkheid van de aannemer sluit geenszins de eigen fout of schuld uit. De eindverantwoordelijkheid ligt immers bij het bestuur van de Polder en de dijkgraaf.