302540 | v.z.w. Milieufront Omer Wattez / Vlaamse Gewest

R.v.St., 3 mei 2016, 7e K., nr. 234623

Bij het verlenen van de vergunning tot het exploiteren van een wasserij gelegen in mogelijks overstromingsgevoelig gebied, heeft de vergunningverlenende overheid de bepalingen van het watertoestbesluit geschonden. In de motivering heeft ze geen rekening gehouden met het verleende advies van de NV Waterwegen   Zeekanaal. Bovendien zijn de motieven in de beslissing beperkt tot een woordelijke overname van het advies van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie, dat op zijn beurt een woordelijke overname is van het voormelde advies van de afdeling Milieuvergunningen. De vergunningsbeslissing wordt vernietigd.

De vergunningverlenende overheid moet volgens art. 3, par. 2, eerste lid, 1°, van het watertoetsbesluit, in uitvoering van art. 8, par. 3, derde lid, van het decreet van 18.07.2003, advies vragen aan de adviesinstantie met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater indien het project waarvoor een vergunning wordt aangevraagd geheel of gedeeltelijk gelegen is in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied. De voormelde adviesinstanties (dewelke vermeld zijn in art. 5, par. 1, eerste lid, van het watertoetsbesluit) brengen advies uit.

De bestreden beslissing somt de adviezen op die in de vergunningsprocedure werden verleend maar maakt geen melding van het advies dat de NV Waterwegen   Zeekanaal heeft. Bijgevolg schendt de bestreden beslissing art. 3, par. 2, eerste lid, 1° iuncto, art. 5, par. 1, eerste lid, 4°, van het watertoetsbesluit die aan de vergunningverlenende overheid de verplichting oplegt om het verplichte advies van de NV Waterwegen   Zeekanaal in te winnen, alsook art. 4, par. 1, van het watertoetsbesluit dat ertoe verplicht in de waterparagraaf, in voorkomend geval, rekening te houden met het wateradvies.

In de watertoets moet concreet worden beoordeeld wat het schadelijke effect kan zijn bij een overstroming en of dat mogelijke schadelijk effect kan worden voorkomen of beperkt door het opleggen van bijkomende voorwaarden. Het bestreden besluit bevat geen dergelijke beoordeling hoewel uitdrukkelijk wordt erkend dat 'ergere overstromingen dan in het verleden niet uit te sluiten zijn'.