306758 | n.v. Compagnie belge de manutention / Vlaamse Gewest

MHHC, 10 maart 2016, 1e K., nr. MHHC/M/1516/0073

Bij het opleggen van een boete bij overtreding van emissiegrenswaarden bij lozing van bedrijfsafvalwater moet de gewestelijke entiteit per overschreden parameter het aandeel ervan in de begroting van de boete weergeven. Indien niet is de boete onvoldoende gemotiveerd.

Art. 16.4.29 DABM bepaalt dat de gewestelijke entiteit de hoogte van de boete moet afstemmen op de ernst van het milieumisdrijf en tevens rekening moet houden met de omstandigheden waarin de vermoedelijke overtreder milieu-inbreuken of milieumisdrijven heeft gepleegd of beƫindigd. Het beginsel van de materiƫle motiveringsplicht houdt in dat de bestreden beslissing op controleerbare wijze, en dus aan de hand van concrete elementen, doet blijken dat bij het bepalen van de sanctie daadwerkelijk rekening gehouden is met de criteria bepaald in art. 16.4.4 en 16.4.29 DABM, meer bepaald de criteria omtrent proportionaliteit tussen de grootte van de boete en het milieumisdrijf.

Uit de bestreden beslissing valt niet af te leiden wat het aandeel is van elke overschreden parameter in de begroting van de boete. In die mate kan het Milieuhandhavingscollege niet conroleren of de boete in alle redelijkheid werd begroot overeenkomstig de proportionaliteit. De beslissing is bijgevolg onvoldoende gemotiveerd.