311763 | 30.06.2017 Dec. houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw

Vlaams Min. van Omgeving, Natuur en Landbouw,SCHAUVLIEGE Joke *

B.S., 07.07.2017, V.187, (174), 71080-71093

Dit decreet wijzigt een reeks regelgevingen inzake omgeving, bosbeheer, natuur en landbouw.

Dit decreet wijzigt een reeks regelgevingen inzake omgeving, bosbeheer, natuur en landbouw.

De wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging wordt gewijzigd (art. 32septies en 32duodecies). Voortaan moeten de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de vennootschap bedoeld in art. 32septies, par.1, van de wet van 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, op eenvoudig verzoek alle informatie waarover ze beschikken en die nodig is voor het opvolgen de taken inzake de kwaliteit van de rioolwaterzuiverignsingrastructuur en rioolwaterzuiveringsinstallaties ter beschikking stellen van de ecologische toezichthouder. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder die informatie ter beschikking wordt gesteld.

Het decreet 28.06.1983 houdende oprichting van de instelling Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening wordt gewijzigd.
Art. 8 wordt gewijzigd om te bepalen dat de algemene vergadering van de aandeelhouders bij drievierdemeerderheid kan beslissen een winstaandeel uit te keren aan de gemeenten-vennoten. Voor de aandelen van het Vlaamse Gewest, de provincie en de instellingen van openbaar nut en andere aandeelhouders wordt geen winstaandeel toegekend. Art. 11 wordt vervangen en bepaalt dat de Maatschappij met machtiging van de Vlaamse Regering in eigen naam kan overgaan tot onteigening ten algemenen nutte van onroerende goederen die nodig zijn voor de bouw, de aanleg en de exploitatie van haar installaties. De volgende artikelen worden gewijzigd: art. 1 tot 3, 6, 8, 9, 11, 12, 14, 15, 17. Art. 7 en 18 worden opgeheven.

De Pachtwet van 04.11.1969 en de wet 04.11.1969 tot beperking van de pachtprijzen worden gewijzigd om ondermeer te bepalen dat de Vlaamse Regering de procedure voor de vaststelling van de maximale rentabiliteitsoppervlakten verder kan uitwerken, en anderzijds om de organisatie van de pachtprijzencommissie vast te leggen. De pachtprijzencommissie bestaat uit minstens drie pachters, minstens drie grondeigenaars en een door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij, die het voorzitterschap waarneemt.

Het bosdecreet van 13.06.1990 wordt gewijzigd. Het betreft het art. 47, 57, 87, 90bis en 99:

  • Art. 47 wordt gewijzigd. Er is enkel een voorafgaande eenvoudige melding aan de ambtenaar vereist, voor de ontbossing in natuurreservaten waarvoor een beheerplan is goedgekeurd op grond van art. 34, par. 1, van het decreet 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Voortaan kan dat plan ook op grond van art. 16octies van het decreet 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  • Inzake openbare verkopingen van hout en van andere bosproducten wordt voortaan niet meer geëist dat de koper een woonplaats kiest in een gemeente van het Vlaamse Gewest. Om die reden wordt art. 57 gewijzigd;
  • Art. 87 wordt gewijzigd inzake het rooien na de aanplanting of spontane bebossing. De termijn waarbinnen de rooiing kan verwezenlijkt worden met een enkele voorafgaande melding van de rooiing aan de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw wordt van de termijn van 12 jaar naar 22 jaar gebracht;
  • Art. 90bis inzake verboden ontbossing wordt gewijzigd;
  • Art. 99 wordt gewijzigd wat het verbod op vuur maken in de bossen betreft. In alle bossen en binnen een afstand van vijfentwintig meter tot de bossen is het verboden vuur te maken in de open lucht om welk motief dan ook, behoudens in uitvoering van een goedgekeurd beheersplan of behoudens een machtiging door het Agentschap en met uitzondering van wettelijk verplichte verbrandingen. Voortaan kan dit ook ter uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling.

Het decreet 21.10.1997 op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu wordt gewijzigd.
Het betreft enerzijds een wijziging op het vlak van de terugvordering van subsidies in het kader van de subsidies van de Vlaamse Regering ter ontwikkeling en uitvoering van het natuurbeheer en anderzijds een wijziging op het vlak van de procedure inzake de speciale beschermingszones en het toestaan van een vergunningsplichtige activiteit dat een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan betekenen. Voortaan is de initiatiefnemer verplicht te rapporteren aan het agentschap over de uitvoering van de compenserende maatregelen, ten laatste binnen een jaar na de definitieve beslissing waarbij de afwijking is toegestaan. Het agentschap neemt de gerapporteerde compenserende maatregelen op in een register. Na de ontvangst van de rapportering beslist het agentschap binnen drie maanden over de inhoud en desgevallend de verdere frequentie van de rapportering. Bijgevolg worden art. 16sedecis en 36ter gewijzigd.

Het Bodemdecreet van 27.10.2006 wordt gewijzigd inzake de overdracht van een privatief deel van een gebouw of groep van gebouwen. De artikelen 30, 52, 60, 102, en 122 worden gewijzigd.

Art. 394 en de inwerkingtreding van art. 113 van het omgevingsvergunningsdecreet 25.04.2014 worden gewijzigd. Het betreft de inwerkingtreding van art. 394 (een overgangsbepaling met betrekking tot milieueffect- en veiligheidsrapportage) en de uitwerking van art. 113 (met ingang van 01.06.2017). Er wordt bepaald dat het decreetsbepaling art. 394 in werking treedt:

  • op 01.01.2018 voor aanvragen, meldingen, verzoeken of initiatieven die voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van art. 397, par. 4, van het decreet;
  • de datum aangegeven door het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig art. 397, par. 3, tweede lid, 2°, voor aanvragen, meldingen, verzoeken of initiatieven waarvoor punt 1° niet van toepassing is;
  • 23.02.2017 voor alle andere aanvragen, meldingen, verzoeken of initiatieven.

Het decreet complexe projecten wordt eveneens gewijzigd. De wijziging laat toe dat de bevoegde overheden de bevoegdheid voor het vaststellen van het voorkeursbesluit en het projectbesluit kunnen delegeren aan een ander bestuursniveau. Hiervoor wordt art. 6 gewijzigd. Ook art. 38 wordt gewijzigd.

Verder wijzigt dit decreet:

  • het wet 28.12.1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen (art. 12, 14, 19 en 23);
  • Het decreet 04.04.2003 betreffende de oppervlaktedelfststoffen wordt gewijzigd (art. 18). De art. 19 tot 25 en 30 worden opgeheven;
  • Het decreet 14.12.2001 voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden, en het decreet 29.03.2002 houdende bekrachtiging van de stedenbouwkundige vergunningen verleend door de Vlaamse Regering op 18.03.2002 in toepassing van het decreet van 14.12.2001 voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden (art. 2 en nieuw art. 11bis);
  • De bijlage van het decreet 24.01.1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer wordt de bijlgave vervangen. Het betreft de laagfactor en gebiedsfactor;
  • het decreet 21.12.1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij. Er worden enkele wijzigingen aangebracht op het vlak van het vaststellen van het ondernemingsplan en het jaarrapport. Art. 16 tot 18, 18ter en 18quater worden gewijzigd;
  • het decreet 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid. De artikelen van art. 26, 27, 28, 29, 50, 66bis worden gewijzigd om het woord 'bekkenbureau' te vervangen in 'bekkenbestuur'. In art. 27 worden de taken van het bekkenbestuur gewijzigd.
  • het decreet 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Art. 15 wordt gewijzigd;
  • het decreet 19.05.2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie (art. 30, 31, 32 en 36). Het woord 'OC-ANB' wordt daarin telkens vervangen door het woord 'Natuurinvest';
  • decreet 19.05.2006 betreffende de oprichtig en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij (art. 5);
  • het decreet 30.06.2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de de aanpassing van de begroting (art. 40);
  • het decreet 22.12.2006 houdende de inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid (art. 2, 3, 4, 5);
  • het decreet 08.05.2009 betreffende de diepe ondergrond (art. 2, 14, 16 en 51);
  • het mestdecreet (art. 3, 13, 14, 15, 28, 30, 41ter, 49, 62, 63, 70bis en 84). Art. 85 en 86 worden opgeheven.
  • het decreet 23.12.2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (art. 3, nieuw art. 4/1, nieuw 32/1, 55-61 en 67);
  • het decreet 08.02.2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest (art. 4 en 6);
  • het decreet 28.06.2013 betreffende het landbouw-en visserijbeleid (art. 2, 4, 14, 17, 20, 44, 49, 53, 57, 75, 76, 77);
  • het decreet 28.03.2014 betreffende de landinrichting (art. 2.1.36, 2.2.1 en 7.2.5);
  • het decreet 18.12.2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie (nieuw art. 170/1 en 170/2). Het stelt dat de Vlaamse Regering de criteria en de procedure voor de toekenning van de Klimaatprijs kan bepalen;
  • decreet 15.07.2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid (art. 56);
  • het Onteigeningsdecreet 24.02.2017 (art. 6).

Dit decreet heft het decreet 18.05.1999 betreffende de oprichting van de VZW Educatief Bosbouwcentrum Groenendaal op.