31673 | 21.12.1990 Dec. houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 - Bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, art. 69-71

Gemeenschapsmin. van Financiƫn en Begroting,GEENS Gaston

B.S., 29.12.1990, (2de uitgave), V.160, (249), 24642-24655

In de wet van 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren wordt een hoofdstuk IIIbis ingevoegd namelijk 'Bijzondere bepalingen van het Vlaamse Gewest inzake heffingen op de waterverontreiniging'. Exploitanten, vermeld in dit decreet, waarvan hun onderneming, instelling of inrichting aangesloten is op een openbare riool, op een openbare prioritaire riool of op een collector voor transport van openbaar rioolwater; elke natuurlijke of rechtspersoon die over een woonruimte beschikt is heffing verschuldigd. De criteria en de matematische formule van de verontreinigingsfactor worden vastgesteld. De gemeentelijke regies, intercommunales en alle andere maatschappijen die watervoorzieningen verzekeren verlenen hun medewerking aan de Maatschappij belast met de inning van de heffingen. Dit decreet heft het BVE 16.05.1990 houdende vaststelling van de minima der verontreinigende belasting, van de modaliteiten voor de berekening van de verontreinigingsbelasting (B.S., 11.07.1990, V.160, (132), 13817-13822) op. nvdr : de woorden '29/niet hoger vermelde activiteiten/1/1/1/' die voorkomen in bijlage 2 bij de wet van 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals ingevoegd door art. 69, par. 2, van dit decreet worden vernietigd door arrest Arbitragehof van 8 oktober 1992, arrest nr. 59/92, in zoverre zij toepasselijk zijn op activiteiten die het van sectoriƫle lozingsvoorwaarden die in minder strenge zin afwijken van de algemene voorwaarden, krachtens het KB 03.08.1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen van regenwater.

nvdr: Bij arrest nr. 27/2001 van 01.03.2001 heeft het Arbitragehof beslist dat art. 35terdecies, par. 5, van de wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bij art. 69 van het decreet van de Vlaamse Raad 21.12.1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, de regels schendt die door of krachtens de GW zijn vastgelegd voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de gewesten.