39439 | 06.05.1992 V. nr. 121 (Vl. R.): Heffing ter bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging - Belastingplichtigen

LECLERCQ Jan

V. en A., Vl. R., 09.06.1992,1992(BZ), (7), 263

Overeenkomstig het decreet van 21.12.1990 houdende de begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 moet de milieuheffing 1991 berekend worden op basis van het in 1990 gefactureerd m3 waterverbruik. Indien geen waterverbruik in 1990 gefactureerd bij een waterdistributiemaatschappij werd vastgesteld, wordt de milieuheffing berekend op basis van de gezinssamenstelling volgens de formule: N = 0,025 x (Q - 30) waarin Q = 30 x aantal gezinsleden (01.01.1991). Aangezien voor de appartementbewoners geen individueel waterverbruik gekend is en voor de VMM geen enkel middel bestaat om deze te onderscheiden van eigen waterwinners, werd op deze personen een aanslag op basis van de gezinssamenstelling gevestigd. De VMM onderkende de problemen ter zake en voegde bij deze aanslagen een bericht met volgende inhoud: 'Onze maatschappij heeft vastgesteld dat op uw naam geen drinkwaterverbruik in 1990 werd gefactureerd door een waterdistributiemaatschappij. Volgens het decreet van 21.12.1990 (BS 29.12.1990) dient u toch milieuheffing te betalen berekend op basis van de gezinssamenstelling. Het kan evenwel dat uw waterverbruik in 1990 werd gefactureerd op naam van een derde persoon (bijvoorbeeld ouders, echtgenote, firma, syndic, enzovoort) die dan ook de milieuheffing dient te betalen. In geval u kan bewijzen dat u zich in voornoemde situatie bevindt kan u bezwaar indienen. Uw bezwaar dient te omvatten: - uw eigen hieringesloten aanslagbiljet; - het reeds voordien ontvangen aanslagbiljet van een derde die uw waterverbruik omvat; - deze brief. Na onderzoek en gegrondheid van uw bezwaar zal de VMM de op uw naam gevestigde aanslag vernietigen en oninbaar stellen. Het bezwaar moet gebeuren onder gesloten omslag met buitenlinks de vermelding 'dubbele aanslag' en dit binnen een maand na ontvangst van dit schrijven'. Uit dit bericht blijkt duidelijk dat de aanslag gevestigd op basis van het gefactureerd m3 waterverbruik de juist gevestigde en te betalen aanslag betreft. Overeenkomstig art. 35 bis, par. 1, punt 4 van voornoemd decreet is ingeval van rechtspersonen deze de heffingsplichtige. In deze gevallen wordt de milieuheffing enkel berekend op bais van het in 1990 gefactureerd m3 waterverbruik.