39598 | 18.06.1992 BBHE tot vaststelling van de rangschikking van het oppervlaktewater
Min.-Voorzitter van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, belast met Ruimtelijke Ordening, Ondergeschikte Besturen en Tewerkstelling, PICQUE Charles
Min. belast met Huisvesting, Leefmilieu, Natuurbehoud en Waterbeleid van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, GOSUIN Didier

BS 1992-07-17

Dit besluit bepaalt het viswater en de voorwaarden waaraan het water voor kaperachtigen moeten voldoen. In het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest dienen er geen zones te worden aangewezen als water voor zalmachtigen, als zwemwater, als schepdierwater of als drinkwater. De toepassing van de maatregelen die worden genomen krachtens dit besluit, mogen in geen geval als gevolg hebben dat de verontreiniging van zoet oppervlaktewater rechtstreeks of onrechtstreeks zou verhogen. Het Brusselse Instituut voor Milieubeheer brengt om de twee jaar en voor de eerste maal op 30.06.1995 aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen een verslag uit over de aangewezen wateren en hun wezenlijke kenmerken. Door dit besluit wordt het KB van 17.02.1984 tot vaststelling van de algemene immissienormen voor de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft ten einde geschikt te zijn voor het leven van vissen, opgeheven.