54356 | 10.02.1993 BVE tot uitvoering van art. 35octies, par. 5, van Wet 26.03.1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging

Vlaams min. van Leefmilieu en Huisvesting,DE BATSELIER Norbert

B.S., 27.05.1993, V.163, (105), 12791-12792, tweede uitgave

De vergoeding aan de gemeentelijke regies, intercommunales en alle andere maatschappijen die voor openbare watervoorziening zorgen dat door art. 35octies van de Wet 26.03.1971 (ingevoerd door hoofdstuk IIIbis van het decreet van 21.12.1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, doc. nr. 31673) is vastgelegd, wordt als volgt samengesteld : 1° 8 BEF (exclusief BTW) per doorgegeven abonnee 2° 10 BEF per inlichting gevraagd door de Vlaamse Milieumaatschappij ter afhandeling van bezwaren indien de gevraagde inlichting binnen 14 dagen gegeven wordt. Wordt de inlichting binnen 8 dagen gegeven dan wordt een vergoeding van 15 BEF uitgekeerd. Voor inlichtingen na voormelde termijn doorgegeven wordt geen vergoeding uitbetaald 3° extra programmatiekosten, voor zover bewezen wordt dat deze gemaakt werden om de nodige gegevens aan de Vlaamse Milieumaatschappij ter beschikking te stellen. De in 1° en 2° vastgestelde vergoedingen worden alleen uitbetaald als de gegevens aanleiding geven tot een oorspronkelijk juist gevestigde heffing. De vergoeding wordt aan de betrokken maatschappijen uitbetaald na goedkeuring door de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij van de door hen ingediende en behoorlijk opgestelde schuldvordering, vergezeld van de nodige bewijsstukken. De uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit, komen ten ten laste van de Vlaamse Milieumaatschappij. NOOT (A.V.) Dit besluit betreft de vergoeding door de V.M.M. aan drinkwatermaatschappijen voor het overmaken van gegevens inzake het waterverbruik van de abonnees, een en ander met het oog op het vaststellen van de te betalen milieheffing.