64248 | 24.02.1993 V. nr. 300 (Sen.): Milieuvervuiling - Controles op lekken in olietanks en pijpleidingen

DIDDEN Maurice

V. en A., Sen., 25.01.1994,1993-94, (92), 4773-4774

Er worden geen systematische controles gehouden op lekkende installaties en vaak worden 'niet toegelaten' olietanks ontdekt ter gelegenheid van vastgestelde vervuilingen.
Op vergunningsplichtige bedrijven wordt een algemeen toezicht gehouden bij wijze van screening door de diensten van het bestuur Milieuinspectie waarbij aan de olietanks en pijpleidingen de nodige aandacht wordt geschonken. Betreffende de lekken in pijpleidingen heeft een controle plaats via een controle van het debiet. Deze werken behoren tot de bevoegdheid van de militaire overheid.
Binnen het Waals Gewest verbiedt art. 7 van het decreet van 05.10.1985 (zie notitie nr. 1668 (F)) op de bescherming van de oppervlaktewateren, verontreinigde gassen, stoffen andere dan afvalwater, te lozen in openbare riolen en collectoren. Deze verbodsbepaling wordt gesanctioneerd met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden en met een geldboete van 26 frank tot 500000 frank, zelfs wanneer de lozing het gevolg was van onachtzaamheid of schuldig verzuim.
Bovendien bepaalt art. 8 van het decreet van 30.04.1990 op de bescherming van het drinkbaar te maken water ( zie notitie nr. 1668 (F)) dat de Executieve alle noodzakelijke maatregelen neemt ter bescherming van drinkbaar te maken water tegen vervuiling. De Executieve kan de opslag van stoffen die vervuiling van deze wateren kunnen veroorzaken verbieden of reglementeren. Degene die de bepalingen, genomen door de Executieve overtreedt, wordt gestraft met eengevangenisstraf van 8 dagen tot 3 jaar en een geldboete van 100 tot 500000 fr.
Betreffende het Vlaams Gewest bepaalt hoofdstuk 7 van het decreet betreffende de milieuvergunning (zie notitie nr. 28990) dat de door Executieve aangewezen ambtenaren de bevoegdheid hebben aanmaningen en bevelen te geven en administratieve dwangmaatregelen op te leggen. Bij lekkende olietanks worden meestal saneringsmaatregelen aan de overtreder opgelegd. Deze houden minstens het herstel van lekken en het saneren van de verontreinigde bodem in. Overeenkomstig art. 39, par. 2, van hetzelfde decreet kan de rechter bij wijze van veiligheidsmaatregel het verbod uitspreken om de inrichtingen, die aan de oorsprong van de inbreuk liggen, te exploiteren gedurende de termijn die hij bepaalt.