plattelandsdag Dmuide1
plattelandsdag Dmuide2
plattelandsdag Dmuide3
plattelandsdag Dmuide4

polders present op  plattelandsdag Diksmuide


De 4 polders van het IJzerbekken (Zuidijzerpolder, Middenkustpolder, Westkustpolder en Polder Bethoostersche Broeken tekenden op 25/09/2022 present op de jaarlijkse Plattelandsdag van Diksmuide. De werking en het belang van de polders werd er toegelicht.

CIW Waterforum

Samen sterk tegen droogte

22 september 2022 te Gent

Kleine stuwen laten regenwater trager in de bodem sijpelen

DIGITAAL BEHEER VAN STUWEN

De wateringen Het Grootbroek, De Vreenebeek en De Dommelvallei starten in samenwerking met landbouwers een project om het beheer van stuwen op perceelsgrachten te digitaliseren in de strijd tegen droogte.

3 wateringen en 3 landbouwers uit het Maasbekken slaan de handen in elkaar om stuwen op perceelsgrachten en het gecontroleerd beheer ervan te digitaliseren. Dit slimme beheer van stuwen zorgt ervoor dat meer water langer kan vastgehouden worden in de strijd tegen droogte.


Het project DigiStuw wordt ontwikkeld en toegepast op perceelsgrachten in 3 wateringen in samenwerking met lokale landbouwers. In het gebied worden een 10-tal sensoren geïnstalleerd en 40 bijkomende stuwtjes. Met sensoren, modellen en slimme algoritmes zal via een dashboard visueel weergegeven worden wanneer en waar het beste de stuwtjes ingezet worden om water vast te houden. Met dit platform zullen de stuwtjes volledig automatisch gestuurd kunnen worden. Bovendien zullen lokale actoren met behulp van het dashboard de inzet van stuwen in een groter gebied optimaal op elkaar kunnen afstemmen. Het project voorziet tevens in de opmaak van een praktische handleiding die de volledige uitrol van sensor tot sturing beschrijft zodat dit pilootproject snel kan doorvertaald worden naar andere gebieden.


Het project loopt van 1 mei 2023 tot 30 april 2025 en is een samenwerking tussen De Watering het Grootbroek, Watering de Vreenebeek, Watering de Dommelvallei, 3 landbouwbedrijven, Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw, SumAqua en Boerennatuur Vlaanderen.

De Morgen - 17/05/2022

ONDER LANDBOUWERS NEEMT DE WATERKOORTS TOE:"NOG ZO'N MAAND EN WE STAAN IN DE SAHARA"


Eén periode van droogte, en de aangelegde buffer na een kletsnat jaar is alweer verdwenen. Onder landbouwers neemt de waterkoorts toe. ‘Ik heb al boeren net niet zien wenen.’

“Normaal klotst het water hier zoetjes aan over de rand”, zegt Peter Teunissen (59). We staan aan de klepstuw in Stene-dorp, vlak bij Oostende. Het is de laatste halte vooraleer het zoetwater uit de Middenkustpolder in de zoute Noordzee stroomt, en onherroepelijk verloren is. Hij tikt met een bezorgde blik op een scherm in de controlecabine. “Vijf centimeter onder het gewenste peil. En het is pas mei.”

Teunissen is sinds 2007 de ‘dijkwachter’ van dit poldergebied, en beheert zorgvuldig het waterpeil van zo’n 600 kilometer aan sloten en beken. Via waternemingen kan hij de polder laten vollopen vanuit hoger gelegen waterlopen, of net leegpompen. Tientallen stuwen, een soort afdammingen, laten dan weer toe om het water op de juiste plaats vast te houden waar dat nodig is. Hier betekent dat vooral: de landbouw ondersteunen.

Met de ogen dicht gidst Teunissen ons doorheen het agrarische gebied met een aftandse Land Rover, over de Snaaskerkepolder en langs de Moerdijk. “Het is de job van mijn leven”, zegt hij, maar het draaiboek is grondig door elkaar geschud. Ooit lag de focus in poldergebied op het droogleggen van natte gronden, en dus het afvoeren van water.

“Dit jaar heb ik de eerste stuw midden februari al opgetrokken, vroeger was dat begin april”, zegt hij. Een gok, die bij hevige regenval helemaal verkeerd zou kunnen uitdraaien. “Maar mijn gevoel zei dat het opnieuw erg droog zou kunnen worden”, zegt Teunissen.

Het is hopen op een spat regen, maar Buienradar draait wel vaker op een ontgoocheling uit.Beeld © Eric de Mildt

C-woord


Zijn gevoel is correct gebleken. Een lange periode van droogte teistert al voor de vijfde keer in zes jaar tijd alles wat probeert te groeien. Op de droogtekaarten kleurt meer dan de helft van Vlaanderen al donkerbruin, ‘uiterst droog’ dus. Ongeveer twee derde van de 150 Vlaamse meetpunten tekende begin mei lage tot extreem lage grondwaterstanden op voor de tijd van het jaar.

In heel wat kwetsbare waterlopen is al een captatieverbod afgekondigd, ook in West-Vlaanderen gebeurde dat op maandag. Dat betekent dat er geen water meer mag worden opgepompt om bijvoorbeeld akkers water te geven.

Het poldergebied blijft voorlopig buiten schot, maar landbouwer Luc Bouten heeft er geen goed oog op. Hij wijst in de lucht, naar een fictieve neerslagwolk. “Soms zie je ze komen, maar waaien ze voorbij. Of je ziet ze verdwijnen terwijl je erop staat te kijken.” Zo ook met de blauwe balkjes op Buienradar. “Gisteren stond er nog twaalf millimeter op dinsdag, nu nog nul”, zegt Teunissen.


We staan naast het tarweveld van Hendrik Vandamme (57), voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat en een zwaargewicht in deze streek - qua stem, niet qua hectares. Hij komt aangetuft met de tractor, en schudt meteen de doemberichten over de droogte van zich af. “Een droog jaar is een graanjaar, zeggen we in de polders.” Een welklinkende boerenleuze, die de huidige realiteit wel heel rooskleurig benadert.

Zijn tarwe zit goed diep in de zware kleigrond geworteld, maar de diepe barsten in de bodem tonen dat het kurkdroog is. Nochtans is het money time. De aar is in een staat van ontluiking, de groeispurt van de korrels binnenin is ingezet. “Elke druppel die de komende weken niet valt, scheelt in de opbrengst”, beseft hij, ook al omdat regen nodig is om de kunstmest zijn werk te laten doen. Het droogterecordjaar 1976, Vandamme was toen 12, komt wel erg dichtbij. Ook toen was het geen ‘graanjaar’.

Ook andere gewassen hebben hun kritieke punten. Is er voor de bloemkolen geen vocht aanwezig voor de vorming van de kool, is de oogst vergald of simpelweg niet ‘winkelklaar’. “Ik heb al boeren net niet zien wenen omdat ze daardoor hun bloemkolen moesten onderploegen”, zegt Vandamme. Huilen doen ze hier niet rap.

Aan water nochtans geen gebrek. Een polder wordt gekenmerkt door een hoger peil in de zomer, en dankzij de stuw is de sloot langs het veld van Vandamme rijkelijk gevuld met het blauwe goud. Het water dat via de oever of drainagebuizen opnieuw de grondwatertafel aansterkt, heeft hier meer dan één functie. Voldoende druk van het zoete water houdt de zoute kwel in de diepte. Komt de verzilting te fel naar boven, dan lonkt onomkeerbare schade voor landbouw en natuur.

Door de toenemende vraag naar water zijn sinds 2018 de streefpeilen zowel ’s winters als ’s zomers al met minstens 10 cm verhoogd. Toch blijkt die buffer nu al erg fragiel door de aanhoudende droogte. “De autopsie moet het nog definitief uitwijzen, maar in de buurt van Slijpe is wellicht een rund gestorven na het drinken van te zout water”, zegt Teunissen. In het beekwater werd nadien meer dan 30.000 microsiemens gemeten, ongeveer de zoutwaarde van zeewater. “Vanaf 6.000 microsiemens kan je spreken van een impact op het drinkwater voor de veeteelt, vanaf 10.000 op de gewassen.”

Landbouwer Hendrik Vandamme toont zijn aar.Beeld © Eric de Mildt

Peilgestuurd draineren


Elke streek heeft zo haar eigen ontwenningsverschijnselen, afhankelijk van bodemsamenstelling, reliëf of wateraanvoer. De grote constante in Vlaanderen is intussen welbekend: we weten het water niet vast te houden. De toenemende verhardingsgraad, een uitgebreid rioleringsnet, de vele drainagebuizen onder akkers, allemaal spelen ze een belangrijke rol in dat verhaal. Zo’n 60 procent van het zoetwater via regen of rivieren stroomt ongebruikt naar zee.

We zitten vast in een reactieve toestand, zegt Sarah Garré, onderzoekster bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). “Er wordt volop geïrrigeerd op de akkers, en zeker nu er een captatieverbod dreigt”, merkt ze.

Heel wat landbouwers hebben de voorbije jaren een haspel aangekocht, waarmee ze water uit een sloot of beek naar een sproeikanon pompen. Maar dat is een visie op korte termijn en bovendien haalt het de waterhuishouding verder onderuit. Bij die beregening verdampt namelijk 30 procent van het water al aan het oppervlak.

Volgens Garré moet er veel meer gekeken worden naar proactieve maatregelen. Droogte- of zouttolerante gewassen, de grond minder omploegen en verrijking met koolstof zijn een deel van de oplossing. Vooral infrastructuur om de verspilling van water tegen te gaan, is echter broodnodig. Stuwtjes in grachten of bufferbekens die het water vastpinnen waar het valt, bijvoorbeeld.

De klassieke drainagesystemen blijven een grote verliespost. Bedoeld om akkers te draineren voor de veldwerkzaamheden in de natte wintermaanden, maar ook nadien vloeit het water weg vanaf een verzadigingspunt. “Zo verliezen we eigenlijk continu kostbaar water”, zegt Garré.

In Bocholt, het andere uiterste van Vlaanderen, troepen een twintigtal gegadigden samen op het perceel van Gerard Vangerven (54). Straks komt er mais, maar eerst trekt een gigantische machine diepe sleuven in de zanderige bodem. Het klassieke drainagesysteem wordt omgevormd naar een peilgestuurd systeem.

“Het werkt als een stop in een bad”, vertelt Steve Meuris, die vanuit de vzw Boerennatuur Vlaanderen de infosessie organiseert. Wil Vangerven veldwerkzaamheden uitvoeren, dan kan hij de stop eruittrekken en water in de sloot laten vloeien. Nadien gaat de stop er weer in, en krijgt de grondwatertafel de kans om opnieuw aan te vullen. Daarnaast zijn er stuwtjes in de sloot geplaatst die het kalkrijke Maaswater op peil kunnen houden, zodat het via een systeem van subirrigatie weer in de bodem vloeit.

Die manier van werken komt ook nabijgelegen akkers of natuurgebieden ten goede, weet Tom Coussement (Bodemkundige Dienst van België). “Tot 100 meter buiten het perceel zien we positieve effecten op de waterhuishouding.” En, voor de boer nog belangrijker, de portemonnee vaart er wel bij. Berekeningen op proefvelden tonen een winst van 100 à 150 euro per hectare, afhankelijk van teelt tot teelt kan het zelfs hoger oplopen.

In 2018 vormde Vangerven al een eerste perceel om, en dat bleek achteraf gezien een uitstekende investering. “Zelfs in 2020, tijdens die extreme periode van droogte en hitte, stond mijn mais mooi groen”, zegt hij met een grote glimlach.

Zijn gevoel is correct gebleken. Een lange periode van droogte teistert al voor de vijfde keer in zes jaar tijd alles wat probeert te groeien. Op de droogtekaarten kleurt meer dan de helft van Vlaanderen al donkerbruin, ‘uiterst droog’ dus. Ongeveer twee derde van de 150 Vlaamse meetpunten tekende begin mei lage tot extreem lage grondwaterstanden op voor de tijd van het jaar.

In heel wat kwetsbare waterlopen is al een captatieverbod afgekondigd, ook in West-Vlaanderen gebeurde dat op maandag. Dat betekent dat er geen water meer mag worden opgepompt om bijvoorbeeld akkers water te geven.

Het poldergebied blijft voorlopig buiten schot, maar landbouwer Luc Bouten heeft er geen goed oog op. Hij wijst in de lucht, naar een fictieve neerslagwolk. “Soms zie je ze komen, maar waaien ze voorbij. Of je ziet ze verdwijnen terwijl je erop staat te kijken.” Zo ook met de blauwe balkjes op Buienradar. “Gisteren stond er nog twaalf millimeter op dinsdag, nu nog nul”, zegt Teunissen.


WILDE WESTEN

In een wereld waar iedereen naar elkaar kijkt, bestaat er geen betere reclame dan een concurrent die grotere, groenere gewassen op de akker heeft staan. Meuris heeft genoeg rond de keukentafel gezeten om landbouwers te overtuigen van de voordelen. “Zeker bij de oudere generaties is lang niet iedereen mee in dit verhaal.”

‘Dankzij’ de droogte zijn de geesten wel beginnen rijpen, voelt Meuris. Dat blijkt ook uit cijfers van het ILVO. In de periode 2018-2020 investeerden Vlaamse land- en tuinbouwers ruim 70 miljoen euro in infrastructuur voor wateropslag en waterbesparing. In de periode 2015-2017 ging het om 40 miljoen euro.

Maar het blijft dus onvoldoende. De aangevulde reserves na een kletsnat 2021 zijn in een fractie weggewist, en de periodes van droogte (en extreme neerslag) zijn er om te blijven. Terug in de Middenkustpolder heeft Teunissen dit jaar zo al 120 miljoen liter water extra uit het kanaal Plassendale-Nieuwpoort moeten halen voor irrigatie.

Dijkwachter Peter Teunissen moest dit jaar al 120 miljoen liter water extra uit het kanaal Plassendale-Nieuwpoort halen voor irrigatie.Beeld © Eric de Mildt

De wielertoeristen zwoegen over het jaagpad, zonder te beseffen dat ze langs het kloppende hart van deze streek fietsen. Het verbruik wordt pas tastbaar als Teunissen ons naar de waterneming aan de Moerdijk brengt. Die staat al op dat moment tien dagen open. Kubieke liter na kubieke liter stroomt in een mum van tijd de polder in, maar het peil bleef al die dagen onbeweeglijk, toont het logboek. “Is dat problematisch?”, stelt Teunissen zelf de vraag. “Wellicht.”

Zijn toon verraadt een zekere spanning, die met de dag groter wordt. Het captatieverbod uit 2018 zorgde voor een draai van 180 graden. Was hij voordien Moses, die het water de richting van de dorstige landbouwer uitstuurde, dan moest hij plots gendarme spelen. “Als ik zeg dat ze niet mogen beregenen, dan zit ik rechtstreeks aan hun centen”, zegt Teunissen. “Er zijn toen bedreigingen geuit, ja.”

Het “Wilde Westen van vijf jaar geleden” - de waterkanonnen werden gewoon ’s nachts bovengehaald en tractoren stonden van heinde en verre in de rij om water te tappen uit de beken - loert nog steeds om de hoek. “Er zijn er nog steeds die niet weten dat je een vergunning moet aanvragen om te beregenen”, zegt Teunissen. “Niet willen weten”, corrigeert hij zichzelf.

Handhaving blijft een moeilijk verhaal, zelfs wanneer het er vingerdik op ligt. Teunissen vertelt over een boer die recent twee vrachtwagens aarde liet aanrijden om de gracht op eigen houtje af te dammen, waardoor de boer verderop droog kwam te staan. Eigen-perceel-eerst-denken dat uiteindelijk niet beboet werd. De politie besloot de lieve vrede te bewaren.

Een dag na onze rondrit zal Teunissen nog een foto van een nieuwe afdamming sturen: ‘Grachten worden leeggetrokken en landbouwers bekvechten over water. (...) Dit belooft niet veel goeds.’

BUREAUCRATIE

Een beter waterbeheer kan alleen via samenwerking, onder boeren maar ook met industrie en overheid. Net daar lijkt het schoentje te wringen. ‘Stop de waanzin’, de borden die het stikstofarrest aanklagen zie je hier overal langs de baan. Onder het maaiveld schuilt veel boosheid, niet meteen de beste basis voor dialoog.

“Het wordt allemaal veel te ambtelijk benaderd, zeker in het stikstofarrest is voor het sociaal-economische weinig oog”, verwoordt Hendrik Vandamme een gevoel dat bij heel wat landbouwers leeft: de ‘bureaucratie’ legt almaar strengere regels op, maar staat zelf niet met de voeten in de kleigrond. Hij verwijst naar een conceptnota in Brussel, die de bevoegdheden van lokale waterbeheerders zoals in de polders dreigt uit te hollen. “Terwijl de opgebouwde terreinkennis cruciaal is. Je staat best letterlijk naast de beek.”

Ook landbouwer Gilbert Mortier kan een zucht niet onderdrukken. “Er wordt altijd maar naar de boeren gekeken, ook nu weer met de droogte. Terwijl wij de zwakste schakel zijn.” Hij hekelt onder meer werven in de stad die duizenden liters grondwater wegpompen, en laat ook een filmpje uit de zomer van 2020 zien. De beelden tonen geopende sluizen in Oostende, in een periode van droogte. “Al dat kostbare water zomaar ‘t zjigat in, terwijl wij ons aan een captatieverbod moesten houden.”

Gilbert Mortier graaft een spruitenplantje uit de aarde. In een jong stadium hebben de planten vocht nodig om op te komen.Beeld © Eric de Mildt

“Daar zit het grote probleem: de verschillende administraties leven naast elkaar”, zegt Mortier, al is hij zelf natuurlijk evengoed deel van die inertie. De polder marcheert naar wens, “en wat goed werkt, daar blijf je van af”.

Hij staat erop dat we nog even zijn vers geplante spruiten gaan bezichtigen, vooraleer we richting de stad rijden. Hij trekt er een plantje uit de grond en proeft met zijn vingers van de aarde die net onder het oppervlak verscholen zit. “Zie, nog goed vochtig. Al dat beregenen is ook een beetje een modeverschijnsel bij de jonge gasten.”

Hij zal het verschillende keren benadrukken: het weer is zijn minste zorg. Bij de koffie - ook daar staat hij op - kan zijn vrouw Anny echter een glimlach niet onderdrukken. “Tuurlijk houdt het ons wakker.” Als bewijs haalt ze een notitieschriftje tevoorschijn, de neerslaghoeveelheden worden er meticuleus in bijgehouden.

‘11 mei: 1 liter (per m², MIM)’, is het laatste, schrale wapenfeit. Mortier zucht: “Die liter was al weg nog voor hij de grond raakte. Als dat nog een maand duurt, staan we hier in de Sahara.”

Hein Pieper volgt de Britse Robert Caudwell van The Association of Drainage Authorities (ADA) op als voorzitter van de Europese vereniging van koepelorganisaties van lokale waterbeheerders


Hein Pieper, dijkgraaf van waterschap Rijn en IJssel en vicevoorzitter van de Unie van Waterschappen, is op 6 september benoemd tot president van de European Union of Water Management Associations (EUWMA). Dit is de Europese afvaardiging van nationale koepelorganisaties voor lokaal en regionaal waterbeheer. De organisatie bestaat uit leden uit 9 Europese lidstaten (Nederland, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Portugal, Spanje, Italië, België, Hongarije en Roemenië). EUWMA heeft als doel om expertise op het gebied van waterbeheer in Europa te delen. Ook de uitdagingen en oplossingen rond de implementatie van Europese wetgeving zijn belangrijke thema’s binnen EUWMA. Pieper werd eerder al geselecteerd als expert voor de Horizon Mission Board over klimaatverandering en socia-le transformatie. Volgens Pieper is het noodzakelijk dat klimaatverandering en sociale transformatie samen komen in het mission board. “We kunnen niet blijven doen wat we doen bij deze klimaatverandering. Innovatie en gedragsverandering zijn noodzakelijk.” De Horizon Mission Board gaat de Europese Commissie adviseren naar welke onderwerpen onderzoeksgeld moet uitgaan om innovatie te stimuleren.


Op 6 en 7 september organiseerde de Unie van Waterschappen de jaarlijkse samenkomst van European Union of Water Management Associations (EUWMA). De nationale koepelorganisaties voor waterbeheer van verschillende Europese lidstaten delen ervaringen en kennis met elkaar. Ook zetten ze gezamenlijk belangrijke wateronderwerpen op de agenda in Brussel.

Dit jaar stond de bijeenkomst na het hoge water van afgelopen zomer in het teken van de toenemende weersextremen en het belang van klimaatadaptatiemaatregelen.


Extreme hoosbuien verspreid over Europa lieten deze zomer een spoor van vernielingen achter in veel verschillende landen. Namens de Unie van Waterschappen vertelde crisiscoördinator Aart Los over het hoogwater in Limburg. De toenemende weersextremen, met extreme stortregens maar ook langdurige perioden van droogte, zetten het waterbeheer in Europa onder grote druk.


Om die reden besloten de leden van EUWMA met de Vinkeveen Declaration samen op te trekken om klimaatadaptatie hoog op de agenda te krijgen in Brussel. “Door de klimaatverandering zijn weerpatronen drastisch aan het veranderen en is de wereldwijde waterbalans verdwenen”, zegt Hein Pieper. “De buien worden met het jaar intensiever en hebben daardoor vaker een verwoestend effect. Langdurige droge periodes volgen elkaar steeds sneller op. Dit betekent dat we genoodzaakt zijn water meer de ruimte te geven, maar ook langer vast te houden waar het kan. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de ruimtelijke inrichting.”



Een voorwaarde voor goed waterbeheer is structurele financiering. Daarom ging Xavier Leflaive van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) met de EUWMA-leden in gesprek over het financieren van waterbeheer. Ook werd het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid besproken en bracht het gezelschap een veldbezoek aan waterschap Vallei en Veluwe. Daar werden verschillende klimaatadaptatieprojecten bezocht.



Nederland neemt voorzitterschap EUWMA op






nieuwe wetgeving: waternemingen uit waterlopen


Om water te onttrekken uit waterlopen en publieke grachten is een melding vereist. Om dit vlot te laten verlopen, is er een nieuw e-loket wateronttrekkingen. Melden kan op www.wateronttrrekking.be


juli 2021: Watersnood treft polders en wateringen


Door de overvloedige regenval van de voorbije weken en de watermassa die vanuit Wallonië door onze polders en wateringen moet worden afgevoerd, traden vele van onze waterlopen uit hun oevers. De economische schade is enorm. De emotionele last is zwaar. Dijkgraven, voorzitters, ontvanger-griffiers en medewerkers hebben het momenteel pokkedruk en rennen van hot naar her om de toestand zo snel als mogelijk onder controle te krijgen.

Tijd voor mediaoptreden is er niet. Wij geven u de info die ons in korte, soms nachtelijke, mailtjes bereikt.

Polder Vliet en Zielbeek trekker van Water-Land-Schap project


WATER ZONDER (BE)GRENZEN IN DE VLIETVALLEI

De vallei van de Vliet-Molenbeek is altijd al kwetsbaar geweest voor overstromingen. Dit werd pijnlijk duidelijk met de dijkbreuk te Ruisbroek in 1976. Na die ramp werd een pompstation gebouwd om de verbinding met de Rupel te verbreken. Op die manier werd de rivier onttrokken aan de getijdenwerking. Het water van de Vliet wordt sindsdien naar het Zeekanaal Brussel-Schelde gepompt. Dit heeft een belangrijke impact op het hele afwaartse valleisysteem van de Vliet.

Ondanks de aanleg van het pompstation gebeuren er ook vandaag nog overstromingen in de vallei van de Vliet-Molenbeek, vooral rond Puurs-Sint-Amands, Londerzeel en Steenhuffel. Dat is deels te verklaren door het grote hoogteverschil in het stroomgebied. Aan de rand van Brussel liggen de Grote en Kleine Molenbeek ongeveer 80 meter boven het zeeniveau. Vanaf daar gaat het snel naar beneden en pas in Londerzeel neemt de sterke helling af. Door het grote hoogteverschil in het eerste deel stroomt regenwater heel snel af via grachten en waterlopen. Daarna verliest het water haar snelheid en bij langdurige buien zet het zich breed open. Bij extreme regenval kunnen de waterlopen het water niet  slikken en stromen ze over.

Met dijken en wachtbekkens konden waterbeheerders het risico op wateroverlast decennialang inperken. Tot de klimaatverandering de spelregels herschreef, met periodes van langdurige droogte en extreme neerslag.

Zo’n tien jaar geleden begon het besef te groeien dat de dijken nooit hoog genoeg zullen zijn. 

De laatste jaren werden we dan weer geconfronteerd met lange, hete zomers waarin er amper regen viel. Dit leidde tot historisch lage grondwaterstanden, lage waterpeilen in de waterlopen en een slechtere waterkwaliteit. De verdroging van de Vliet-Molenbeekvallei door die lage waterpeilen heeft nu al gevolgen voor meerdere Europees beschermde natuurhabitats in de stroomafwaartse gebieden zoals Laenenbemd, Liezelebroek en stroomafwaarts de N16. 

Met het project ‘Water zonder (be)grenzen in de Vlietvallei’ slaan de voornaamste actoren in het afwaartse gebied, namelijk de gemeenten Londerzeel, Puurs-Sint-Amands en Bornem, samen met de waterbeheerder Polder Vliet en Zielbeek en de landschaps- en natuurbeherende verenigingen en instanties: Natuurpunt, Regionaal landschap Schelde-Durme, het Agentschap voor Natuur en Bos, en de landbouwers: Boerenbond (bedrijfsgilde Bornem en bedrijfsgilde Puurs-Sint-amands) de handen in elkaar om het watersysteem te herdenken en hertekenen zodat via een klimaatrobuuste inrichting de toekomst voor alle actoren in het gebied verzekerd wordt. We willen werken aan waterbeheer over de provinciegrenzen en over de dijken van de waterloop heen!

Van 2019 tot 2021 liep in dit gebied al een intensief participatietraject rond het watersysteem. Het Riviercontract Vliet-Grote Molenbeek kwam tot stand op basis van een participatieve aanpak. 


Alle stakeholders zijn betrokken:  burgers, middenveldorganisaties en lokale, provinciale en Vlaamse overheden. Op die manier creëerden we een  draagvlak voor nieuwe maatregelen en een grotere bereidheid tot actie. Met het Water-Land-Schapproject willen we acties rond wateroverlast en verdroging concreet op het terrein realiseren. We takken daarbij aan op andere lopende initiatieven in het gebied, zoals het “Masterplan Oppuurs-Lippelo-beekvallei” en het “Rivierpark Scheldevallei”.  In een eerste fase worden potenties voor wateropvang en infiltratie in kaart gebracht.

Het Agentschap voor Natuur en Bos start begin 2022 een ecohydrologische studie op voor de verdroogde SBZ-gebieden ten noorden van de N16. Ook deze inrichtingsmaatregelen kunnen dan verder via het WLS concreet uitgewerkt worden.

De landbouwsector wordt via de bedrijfsgilde van Bornem en Puurs-Sint-Amands actief betrokken. Samen met deze partners zal er naar oplossingen  worden gezocht voor omzetting naar peil gestuurde draineringen van bestaande draineringen en naar het beter vasthouden van water in waterlopen en grachten doorheen  hoger gelegen landbouwgebieden. Een belangrijke uitgangsvisie is dat deze ingrepen een meerwaarde moeten inhouden voor actieve  professionele landbouw.